Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat temperaturen van +40° in NW-Europa alleen maar mogelijk zijn bij extreem persistente drukverdelingen als gevolg van AGW.
Een temperatuur van +40° is dus eerder een symptoom van een extreem weerpatroon dat hier nauwelijks aan bod komt: de "afwijkende" persistentie in tijd en ruimte van druksystemen op aarde. Warmte en koude heeft nu meer mogelijkheid om op te bouwen onder een vastgeroest druksysteem (cf. heat dome). De extreem (t.g.v. AGW) waarover het werkelijk gaat zit hem dus eigenlijk niet in de uitschieters op vlak van temperatuur, maar wel in de afwijkende persistentie van luchtdruk op een bepaalde locatie (t.o.v. de normaal). Ook de neerslagintensiteit en -frequentie is (net als de temperatuur) dan eerder een symptoom van wat er effectief aan het veranderen is.
Het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer (de aarde gaat naar de maan), maar ik wou de focus op de temperatuur (ten onrechte beschouwd als hét rechtstreeks gevolg van klimaatsverstoring bij uitstek) toch even relativeren.