Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat temperaturen van +40° in NW-Europa alleen maar mogelijk zijn bij extreem persistente drukverdelingen als gevolg van AGW.
Een temperatuur van +40° is dus eerder een symptoom van een extreem weerpatroon dat hier nauwelijks aan bod komt: de "afwijkende" persistentie in tijd en ruimte van druksystemen op aarde. Warmte en koude heeft nu meer mogelijkheid om op te bouwen onder een vastgeroest druksysteem (cf. heat dome). De extreem (t.g.v. AGW) waarover het werkelijk gaat zit hem dus eigenlijk niet in de uitschieters op vlak van temperatuur, maar wel in de afwijkende persistentie van luchtdruk op een bepaalde locatie (t.o.v. de normaal). Ook de neerslagintensiteit en -frequentie is (net als de temperatuur) dan eerder een symptoom van wat er effectief aan het veranderen is.
Het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer (de aarde gaat naar de maan), maar ik wou de focus op de temperatuur (ten onrechte beschouwd als hét rechtstreeks gevolg van klimaatsverstoring bij uitstek) toch even relativeren.
Op zich is daar de afgelopen jaren behoorlijk wat aandacht voor geweest, onder andere het werk van mensen als Jennifer Francis en Stefan Rahmstorf is regelmatig langsgekomen. Het is een stuk lastiger om iets als "de straalstroom" te kwantificeren, in vergelijking met iets dat je met een eenvoudige thermometer kan meten. Met als gevolg dat het detecteren van verandering ook moeilijker is, laat staan dat vervolgens nog te koppelen aan AGW.
Uiteindelijk zijn veranderingen in drukverschillen ook slechts een symptoom, stroomafwaarts van een veranderde stralingsbalans van de aarde.