Dit ontstaat bij stil, vochtig vriezend weer boven relatief dun ijs.
Hard ijs geleidt goed stollingswarmte af naar het oppervlak. Daar wordt warmte en, vocht afgegeven (sublimatie) aan de koudere lucht. Oneffenheden op het ijs zoals blaadjes, sneeuwvlokken en ook luchtbellen zijn door uitstraling net iets kouder (geïsoleerd van het ijsoppervlak) waarop het aanwezige vocht afzet. Eenmaal een kristal gevormd kan de isolerende werking van het kristal zelf dit proces versterken waardoor het de roos verder groeit.
Quote selectie
( 365)