Cluster 1 (22/51) is een voortzetting van het vorige cluster 1. Flink meanderende straalstroom met twee prominent noordelijk gelegen hogedrukgebieden; eentje op de Oceaan ten zuiden van Groenland, en eentje boven Oost-Europa. Het trogje er tussenin is echter wel veel te smal om het bij ons tot kouder weer te laten leiden, maar wellicht dat het hoog boven Oost-Europa dichtbij genoeg zit om voor aflandige aanvoer te zorgen in onze contreien. Later zwakt het oostelijk hoog wat af en versterkt het westelijke hoog. Vanaf dan stijgende kansen op een kouder weertype.
Cluster 2 (20/51) is een voortzetting van het vorige cluster 2. Een redelijk noordelijk gelegen straalstroom met twee hogedrukgebieden in de buurt, eentje ten zuidwesten van het VK en een boven Oost-Europa. Zonaliteit neemt daarna duidelijk af als het eerstgenoemde hogedrukgebied retrograads naar de Oceaan toe schuift. Na een korte noordwestcirculatie neemt lagedruk het over op het continent wat ook hier voor kouder weer zou kunnen zorgen, maar hoogstwaarschijnlijk wel onder aanlandige aanvoer.
Cluster 3 (9/51) is een voortzetting van het vorige cluster 1. Net als in cluster 1 zien we hier ook twee prominente hogedrukgebieden, een op de Oceaan en een boven West-Rusland. Wel liggen de twee hogedrukgebieden wat verder van elkaar vandaan, wat ervoor zorgt dat er een bredere trog tussen past en hierbij dus mogelijk ook een frisser en wisselvalliger weertype voor de Benelux. Daarna proberen de twee hogedrukgebieden zich te verbinden via Scandinavië, de trog snoert hierdoor dus af en vormt een geïsoleerde koudeput. Al lijkt dit niet van lange duur, want al snel breekt er een lagedrukgebied vanuit het noordwesten door de brug van hogedruk en zoekt het verbinding met de koudeput. Bij ons eerst aanlandige aanvoer, later aflandig en kan het best fris worden afhankelijk van hoe sterk die koudeput is (koude bovenluchten, diepte lagedrukgebied).
