De randstoring zal niet tot amper tot ontwikkeling komen volgens de recente model-output, dus het zal niet komen tot een stormdepressie. Er worden wel nog steeds zeer zware windstoten gesimuleerd door de NWP-modellen, deze zullen primair convectiegedreven zijn in het koufront in de vorm van een mogelijke QLCS (Quasi Linear Convective System). Deze ontwikkeling komt vooral door een zeer hoge windschering (50-80 kt).. Daarbij is er sprake van een vrij aanzienlijke hoeveelheid 0-3 km SRH, lokaal boven de 400 m^2s^-2. Deze verhoogde hoeveelheid geeft aan dat er indicaties zijn voor een verhoogd risico op tornadogenese binnen het systeem. Vooral als er boogsegmenten ontstaan binnen het systeem is dat risico aanwezig.
Het resultaat zijn gesimuleerde windstoten van 100-125 km/u langs de Nederlandse en Belgische kustlijn. In het binnenland zouden de windstoten zwaar (75-90 km/u) kunnen uitpakken, wellicht zeer lokaal zeer zwaar. Volgens de Ivens-methode liggen de maximale theoretische convectieve windstoten ver boven de 130 km/u, maar de D-CAPE is gelukkig vrij laag, de kans op gevaarlijke valwinden is dus niet heel groot. Maar indien er een valwind zou komen, dan zou deze de potentie hebben om veel schade aan te richten. Het zullen vooral hevige straight-line windstoten zijn. Daarnaast is er kans op een extreem lokale windhoos als de grote hoeveelheid SRH wordt benut. De timing begint ook serieuzer te worden, waarbij het eerst leek dat de situatie in de nacht naar 2 januari zou plaatsvinden, zijn er nu forse indicaties dat de lijn in de middag of vroege avond over de Benelux trekt. Het is dus een potentieel gevaarlijke situatie, waarbij er schade kan ontstaan op diverse plekken.