Gisteren vroeg Marco hoeveel er verdampt op dit soort dagen, ik heb op basis van de data bij Maq het voor de Veenkampen en Loobos uitgerekend.
Voor de Veenkampen:


En Loobos:


Bij de Veenkampen ontbreken in de ochtend van de 27ste enkele metingen waardoor het totaal daar een klein beetje lager uitkomt. Met wat kunst en vliegwerk is dat wellicht wel te interpoleren door bv een constante verdampingsfractie aan te nemen op basis van de beschikbare metingen rond die tijd.
Wat opvalt is dat vanaf de 28ste de droge lucht en harde wind er voor zorgt dat ook snachts de verdamping door blijft gaan en er ook een behoorlijk negatieve voelbare warmtestroom is. Op heldere windstille nachten vormt zich altijd wel een inversie waarin de afkoeling uiteindelijk een beter evenwicht bereikt met de (langgolvige) uitgaande straling waardoor die voelbare warmtestroom dan veel kleiner is. En benaderd de temperatuur ook vaak het dauwpunt (RH 100%) met lagere verdamping als gevolg.
Ter vergelijking heb ik ook erbij gezet wat je op basis van Makkink referentie verdamping krijgt. Maar op dit soort dagen gaan de daaraan onderliggende aannames als (regionaal) "voldoende water beschikbaar" en "weinig tot geen advectie van droge lucht" duidelijk niet (overal) op.
Ik vermoed dat zelfs op de Veenkampen de droogte de verdamping al wat drukt. Die neemt maar weinig toe vind ik, terwijl de omstandigheden wel gunstiger worden. Het bodemvocht nam daar de afgelopen week ook flink af.
Voor Loobos is de verdamping de hele maand al erg laag, duidelijk veel te weinig water beschikbaar. Duidelijk te zien aan de voelbare warmtestroom die al significant hoger is dan de latente warmtestroom. Het is me niet helemaal duidelijk hoe de daar gemeten "SWC" (soil water content?) parameter als percentage geïnterpreteerd moet worden.