Hieronder uitleg van Gemini. Ik denk dat we gisteren vooral met punt 3 te maken hadden?
Het verschil tussen CC-ontladingen (Cloud-to-Cloud of Intra-Cloud, in de wolk) en CG-ontladingen (Cloud-to-Ground, naar de aarde) heeft alles te maken met de elektrische gelaagdheid van een onweersbui en de levensfase waarin de bui zich bevindt.
In de basis werkt een onweersbui als een gigantische batterij die zichzelf oplaadt door botsingen tussen ijskristallen en hagelsteentjes (graupel). Hierdoor ontstaat er een duidelijke scheiding van ladingen.
Waarom de ene bui anders flitst dan de andere
Of je nu vooral CC, CG of een mix ziet, hangt af van drie belangrijke factoren:
1. De levensfase van de bui
Beginfase (Sterke opbouw): Wanneer een bui snel groeit, ontstaan er enorme ladingsverschillen binnenin de wolk zelf. De afstand tussen de positieve top en de negatieve basis is veel korter dan de afstand tot de grond. De 'batterij' ontlaadt zich daarom eerst intern. Je ziet dan bijna alleen maar CC-ontladingen (vaak hoor je alleen zacht gerommel).
Volwassen fase: De bui bereikt zijn maximale hoogte en de onderkant van de wolk raakt zo sterk negatief geladen dat deze de positieve lading op de grond aantrekt. Nu krijg je een mix van hevige CC-flitsen én inslagen (CG).
Eindfase (Uizakkende bui): Als de stijgstromen wegvallen, zakken de positieve ladingen uit de top naar beneden of blijft het aambeeld (de platte top) achter. Dit kan zorgen voor de beruchte, krachtige positieve CG-inslagen (de 'klappers bij heldere hemel').
2. De hoogte van de wolkenbasis
De hoogte van de wolk bepaalt simpelweg de weg van de minste weerstand:
Hoge wolkenbasis (bijv. bij droog, warm zomerweer): De afstand van de wolk tot de grond is erg groot. De lucht ertussen werkt als een isolator. Het is voor de elektriciteit veel makkelijker om binnen de wolk over te springen. Je ziet dan urenlang prachtig 'weerlicht' (CC) zonder dat er één inslag de grond raakt.
Lage wolkenbasis (bijv. bij koufronten of herfstbuien): De wolk hangt vlak boven de grond. De afstand is zo klein dat de spanning heel snel overslaat naar de aarde. Dit type bui produceert relatief veel CG-ontladingen.
3. Dynamiek en windschering
Als er hoog in de atmosfeer een sterke wind staat (windschering), wordt de positieve top van de bui horizontaal weggeblazen (het aambeeld). Hierdoor liggen de positieve en negatieve zones niet meer recht boven elkaar, maar verschoven. Dit breekt de interne balans en dwingt de bui om via de grond (CG) of naar naburige wolken (echte Cloud-to-Cloud) te ontladen.