Net nu het gras krokant bruin uitslaat, er een watertekort dreigt? Afkoeling langer dreigt te duren dan vier dagen? Help oh help oh help oh help oh help. Message in a bottle!
Ter nuance. Realisme versus drama versus click baits, versus interessantdoenerij, versus jullie hebben geen oude familieleden die naar lucht liggen te happen. Ik ook niet meer omdat ze dood zijn en dit hemel zij dank niet meer hoeven mee te maken. Mijn vader is verleden jaar overleden en had na één dag hitte al last. Maar ach, kom op. Die vent was hartstikke oud, versleten, dement, ziek. Opgeruimd staat netjes. Ging toch dood, net zoals iedereen en kost nu helemaal niets meer aan de maatschappij… Het waren niet alleen oude mensen. Maar dat vergeten we effe.
Ter illustratie: de pluim zuidoost van deze morgen ECMWF, want we zitten net iets te vaak te kijken naar pluimen die zo goed meevallen uit het midden van Nederland waar wij hier geen z** aan hebben en ons ‘pseudo-verlichting’ zouden gaan brengen… Om dan als je het zuiden of zuidoosten aanklikt een hete douche over je hoofd te krijgen.
Vertel me waar de dip/het slop/het einde/ de afkoeling zit…
Ik verwacht geen enkel antwoord dat zinnig is.
De benelux is groter dan het midden van Nederland.
Enne 25 graden is nog steeds warmer dan normaal. Maar ja, het klimaat verandert. Kunnen we helemaal niets aan doen wegens te laat. En willen we helemaal niets aan doen want er is geen draagvlak. Het is niet sexy genoeg. Klimaat verkoopt zich niet. We moeten ons maar aanpassen. Net zoals de rest van de wereld doet!? Wat uitsterft is verloren. Is weg. Voor altijd. Maar dat is helemaal niet erg. Zolang de welvaart maar blijft groeien (ongeacht het reeds bereikte plafond, de ‘sky’ is immers ‘the limit’ ). Dat is het voornaamste. En wat dood gaat, gaat maar lekker dood. Of dat nu snel gaat of traag. Wanneer er iets gaat veranderen? Als oogsten verloren gaan. Als er honger geleden wordt. Als ook hier alles in de vlammen opgaat. Pas dan zal er iets gaan gebeuren. Damage control. Niet meer dan dat.
Ja, de hitte is naar mijn hoofd gestegen. Zeg het maar. Ik weet het. Waar ik samen ben met mede lotgenoten is iedereen moe. We krijgen niets meer afgekoeld. Geen enkel lokaal. Niemand slaapt goed en ik overdrijf niet als ik zeg dat 90 procent er genoeg van heeft, er klaar mee is, eindelijk nog eens frisse lucht wil inademen.
En mijn keukenkastje staat open omdat mijn ontbijtgranen bijna gepoft zijn
.
Niet zeuren. Adapt, adapt, adapt. Of je er nu ziek van wordt, overprikkeld of wat dan ook.
.