Beste allemaal,
Velen onder u weten het al: inmiddels ben ik tien jaar met pensioen, na bijna een halve eeuw te hebben gewijd aan de meteorologie. Ik had het voorrecht dit veeleisende vak van weersvoorspeller al vanaf mijn 22ste uit te oefenen, eerst bij Météowing naast André Schevers en Jules Metz, vervolgens bij het KMI samen met Armand Pien, en later in Zwitserland, waar ik mocht meewerken aan het uitzonderlijke avontuur van Solar Impulse onder leiding van Bertrand Piccard.
Als zoon en kleinzoon van een landbouwersfamilie ben ik opgegroeid op het ritme van de seizoenen. Ik herinner me hoe mijn vader, net als zoveel Belgen in die tijd, klaagde over de vaak sombere, frisse en natte zomers. We hoopten telkens dat het Azorenhoog zich eindelijk tot over onze streken zou uitstrekken en ons twee of drie dagen mooi weer zou schenken, voordat het alweer werd verdreven door een nieuwe Atlantische depressie die via de Britse Eilanden of de Noordzee onze richting uit trok. Natuurlijk beleefden we af en toe prachtige zomers, maar die bleven eerder uitzondering dan regel.
Sinds een twintigtal jaar is ons Europese, en in het bijzonder ons Belgische klimaat, ingrijpend veranderd onder invloed van de opwarming van de aarde. Hittegolven, periodes van extreme warmte en droogte volgen elkaar steeds vaker op. De ironie wil dat dezelfde mensen die vroeger klaagden over te koele zomers, vandaag zuchten onder zomers die volgens hen veel te warm zijn geworden.
Die evolutie is zonder twijfel reëel. Maar de geschiedenis van het klimaat leert ons ook iets anders: de natuur werkt in cycli, soms lang, soms bijzonder complex. De extremen van vandaag zijn niet noodzakelijk die van morgen. Het klimaat zal blijven veranderen, soms in richtingen die we vandaag nog niet kunnen voorzien. Dat bepaalde evenwichten zich de komende decennia opnieuw zullen wijzigen, valt allerminst uit te sluiten.
Laten we ons daarom niet verliezen in klachten bij elk extreem weertype — overstromingen, droogte, te zachte winters of verzengende zomers — maar het weer met de nodige nederigheid aanvaarden zoals het zich aandient. De natuur herinnert ons er voortdurend aan dat zij sterker is dan wij, en dat zelfs de wetenschap, hoe ver ze ook gevorderd is, niet al haar grillen kan voorspellen.
Laten we genieten van de mooie dagen wanneer ze zich aandienen, de minder aangename met wijsheid aanvaarden en vooral respect blijven tonen voor dat wonderlijke mechanisme dat ons klimaat is.
Luc Trullemans
Gepensioneerd meteoroloog… en daar nog altijd bijzonder gelukkig mee! ????
Dank voor deze bijdrage.
maar ik moet Jan bijvallen: ondanks de grilligheid op schaal van bv 10 jaar is de opwarming van dit moment, of eigenlijk van de laatste 50 jaar, een doorgaand verschijnsel.
Dat is door de natuurwetenschap op basis van veel onderzoek, theorievorming en metingen toch uitermate uitgekouwd. Vanaf het postulaat van Fourier (plm 1827), via Tyndall en Foote (midden 19e eeuw), de berekening van Arrhenius, etc etc, is dat effect van onze uitstoot van extra broeikasgassen in de 20-ste eeuw inmiddels volledig in kaart gebracht.
Wie daaraan twijfelt vertoont een grondig wantrouwen in de natuurwetenschap. Ik beschouw dat als zeer onverstandig.
Die opwarming is toch zeker over langere tijd al gemeten? Dat neemt natuurlijk niet weg dat daar overheen een zekere grilligheid te zien is en soms verklaarbare tegendraadse ontwikkeling. Onlangs kwam het effect van luchtvervuiling nog ter sprake.
Ik denk dat wat we nu zien aan klimaatproblemen een begin is van wat ons te wachten staat. Al is er geen model dat dat over de komende 50 jaar in detail kan voorspellen. De opwarming gaat vooralsnog mondiaal door zo lang de uitstoot van broeikasgassen doorgaat of zelfs toeneemt.