Easton winter? Ja of nee.

Bericht van: wouter (giessenburg) , 09-11-2005 19:59 


Wordt het dit jaar een Easton winter of niet??
(strenge winter/zeerkoude winter??)

Eastonwinters zijn significant kouder dan de andere koude winters! maandag 07 november 2005

Het verhaal op deze site, al in januari van dit jaar geplaatst en waarin werd verteld dat er in ons land kennelijk steeds na 21 tot 23 jaar een (zeer) koude of zelfs strenge winter optreedt (zie de link hieronder), heeft destijds een stortvloed van reacties opgeleverd. In het algemeen waren deze reacties (zeer) positief, maar veel lezers bleven wel met een aantal vragen zitten, die het best zijn samen te vatten onder de woorden “Hoe?” en “Waarom?” Het lijkt namelijk erg onbevredigend te zijn dat een dergelijk winters spoorboekje, waarop kennelijk bijna letterlijk de klok gelijk valt te zetten, tóch louter op toeval zou blijken te berusten. Veel lezers zouden (terecht!) nog wat duidelijker de significantie van het geheel belicht willen zien.
Mocht uit nader onderzoek blijken dat het geheel inderdaad significant is, dan wordt meteen de volgende vraag opgeworpen. Welk mechanisme veroorzaakt deze regelmaat? Het is verleidelijk om de zonne-activiteit als de motor achter de waargenomen regelmaat te beschouwen, en dan natuurlijk vooral de zonnevlekkencyclus, die min of meer dezelfde periode heeft. In het navolgende verhaal zullen we beide aspecten nog eens nader bekijken. Degenen die het verhaal over de Eastonwinters nog niet hebben gelezen, wordt aangeraden om eerst dat verhaal te lezen (zie de link hieronder), alvorens hier verder te gaan.




Nederland, poolland, al stamt deze foto uit maart van dit jaar en is genomen in Den Helder.

Om de significantie van een en ander te bepalen, moeten we ons in het navolgende beperken tot de winters van 1706 tot heden, waarvan de opgetreden Hellmanngetallen bekend zijn. De dertien koude winters die aldus steeds na 22.25 jaren uit de bus kwamen, en zijn opgetreden in het jaar zélf (jaar “0”, het zogenaamde “Easton-jaar”) óf het jaar daarvoor (jaar “-1”) óf het jaar daarna (jaar “+1”) hebben in totaal 3140.2 Hellmannpunten opgeleverd, oftewel 241.6 punten per winter gemiddeld. De “zachtste” winter van dit dertiental was de winter van 1917, met 162.1 Hellmannpunten.



vergroot

Het Hellmanngetal gedurende de koudste winters tijdens de Eastonjaren, alsmede gedurende de zes jaren daarvoor en daarna, sinds 1706. Raadpleeg de tekst voor een verdere uitgebreide toelichting.

Op precies dezelfde manier is van de drie jaren hiervoor (jaren “-4” t/m “-2”), alsmede van de drie jaren hierna (jaren “+2” t/m “+4”) gekeken wat de koudste winter was van déze drietallen. Hetzelfde is gedaan voor het drietal winters daar weer voor en daarna, oftewel van de jaren “-7” t/m “-5” en de jaren “+5” t/m “+7”. Kort gezegd: we hebben dus steeds een tijdvak van 15 jaren opgedeeld in vijf partjes van drie jaren waaruit we dan steeds de koudste winter hebben gelicht. Om een voorbeeld te geven: het laatste opgetreden “Easton-jaar” was 1984, dus kwam de koudste winter, opgetreden in de drie jaren rondom 1984, (1983, 1984 of 1985 dus) in de lijst. Dat werd 1985, met een vorstgetal van 193.6. De koudste winter van het rijtje van drie jaren daarvoor moet dan komen uit 1982, 1981 of 1980, en dat werd 1982 met 127.1 punten. Uiteraard werd 1979 met 205.7 punten de koudste winter van de drie jaren daar weer voor. Twee t/m vier, respectievelijk vijf t/m zeven jaren ná 1984 was 1987 de koudste winter met 151.5 punten en 1991 met 77.3 punten. In totaal krijgen we dus vier nieuwe rijtjes van dertien winters, die, sinds 1706, een beeld geven van de koudste winters vóór en ná de Easton-jaren. Hoe verhouden deze rijtjes winters zich nu tot het opgetreden beeld uit de Easton-periode zélf?




In de laatste Eastonwinter uit 1985, viel de sneeuw geregeld in vrachten tegelijk. Deze foto is genomen in Amstelveen.

De uitkomst is opmerkelijk. Uiteraard komen we ook nu genoeg koude, of zelfs strenge winters tegen en maakt het gemiddelde Hellmanngetal van déze winters evenzeer indruk. Toch is het opvallend dat de koudste winters aan weerszijde van de “Easton-jaren gemiddeld toch duidelijk minder koud zijn dan die uit de “Easton-jaren” zélf. De dertien koudste winters in de jaren “+2” t/m “+4” sprokkelden in totaal 2244.6 Hellmannpunten bijeen, wat het gemiddelde per winter op 172.7 punten brengt. In totaal scoren deze winters dus bijna 900 punten, oftewel gemiddeld bijna 70 punten per winter lager, in vergelijk met de “Easton-winters”.

Nóg groter is de afwijking in de drie-jarige periode vóór de “Easton-jaren”. Deze dertien koudste winters kwamen uit op een totaal van 1659.5 Hellmannpunten, oftewel een gemiddelde van 127.7 punten per winter. Ditmaal bedraagt het tekort ten opzichte van de Eastonwinters ruim 1480 punten in totaal, oftewel gemiddeld per winter méér dan 110 punten! Ook de koudste winters uit de jaren “-7” t/m “-5” en “+5” t/m “+7” laten behoorlijke tekorten zien, dus ook deze koudste winters zijn significant mínder koud dan de koudste winters uit de “Easton-jaren” zelf. In de tabel staat het een en ander samengevat.




De laatste keer dat het IJsselmeer geheel was bevoren en het ijs ook voldoende dik was om te betreden, was in januari 1997.

Kortom, het feit dat er sinds het begin van de 18e eeuw (of zelfs nog sinds langer geleden) iedere 21 tot 23 jaar in ons land een zeer koude tot strenge winter is opgetreden, lijkt niet op toeval gebaseerd te zijn. Maar welk mechanisme is dan bepalend voor deze regelmaat? Meerdere lezers maakten in hun reactie melding van de zonnevlekkencyclus, die steeds na elf jaren een maximum, dan wel een minimum kent en gebleken is dat veel, zo niet alle van de opgesomde winters vielen op een moment dat de zon weinig actief was, met andere woorden, in een fase dat er weinig zonnevlekken waren te zien. De totale cyclus, met een duur van 22 jaren, lijkt verrassend goed overeen te komen met de opgetreden regelmaat in het voorkomen van zeer koude winters.




De enige koudegolf van de vorige eeuw die in zijn geheel in maart viel, vond plaats in 1971, géén Easton jaar overigens.

Maar is dat wel zo? Bij een nadere beschouwing blijkt dat de zonnevlekkencyclus helemaal niet zo regelmatig verloopt als bij een eerste vluchtige blik lijkt. In feite is het aantal jaren dat verliep tussen twee maxima in het verleden nogal verschillend. De periode liep namelijk uiteen van 8.0 jaren tot maar liefst 17.1 jaren! Er lijkt daar doorheen een “grotere” cyclus te lopen met een duur van 80 tot 85 jaren, significant korter dus dan de aangetoonde “grote” wintercyclus van precies 89 jaren. Als we beide periodes over elkaar heen gaan projecteren, dan kan het niet anders dan dat beide na enige tijd flink uit de pas gaan lopen. Bovendien lijkt de wintercyclus, op slechts één uitzondering na, sinds tenminste 1203, al ruim 800 jaar dus, met dezelfde regelmaat te verlopen. Dat kan van de zonnevlekkencyclus niet gezegd worden. In de 17e eeuw bleef het aantal zonnevlekken tientallen jaren lang op een laag peil, het zogenaamde “Mauder Minimum”, en er zijn aanwijzingen dat ook langer geleden, rond 1500, opnieuw een dergelijk minimum is opgetreden. Net zo min als tussen de diverse maxima, is de tijdspanne tussen twee zonnevlekkenminima constant gebleken in het verleden. Al met al lijkt het daarom ietwat twijfelachtig om de zonnevlekkencyclus zonder meer als (enige) oorzaak van het regelmatig optreden van (zeer) koude winters te beschouwen, te meer daar er tijdens fases dat de zon weinig of geen zonnevlekken toonde, er óók genoeg zachte tot zeer zachte winters zijn voorgekomen. Onduidelijk blijft wat dan wél deze regelmaat in het optreden van felle kou in het winterseizoen heeft veroorzaakt.




Bar winterweer, ditmaal stuifsneeuw op Ameland. Ook geregeld het beeld gedurende de komende winter?

Met het bovenstaande is hopelijk de significantie van de grote wintercyclus in voldoende mate aangetoond. Helaas is het dus niet mogelijk om een éénduidige oorzaak van het ontstaan van deze cyclus aan te wijzen. Dit jaar, en de komende twee jaren vormen een “Easton-drietal.” De afgelopen winter, de eerste van dit drietal dus, was zacht, ondanks het felle koudetoetje in maart. Het is dus afwachten wat de komende winter, of eventueel de winter van 2007 ons gaat brengen. Als één van de komende twee winters inderdaad zeer koud of zelfs streng wordt, dan is de aangetoonde regelmaat wederom bevestigd en is het toch echt wenselijk om verder naar de oorzaak te spitten. De kans dat het opgetreden beeld toch op toeval blijkt te berusten, na nóg een treffer, is dan immers nog kleiner geworden. Tot die tijd is het afwachten of de atmosfeer ons inderdaad een forse portie vrieskou gaat voorschotelen de komende winter, of eventueel de winter daarop.


Easton winter? Ja of nee.   ( 334)
wouter (giessenburg) -- 09-11-2005 19:59
Re : Easton winter? Ja of nee.   ( 228)
Johan (Hardegarijp) -- 09-11-2005 20:02
Re : Easton winter? Ja of nee.   ( 207)
Jorr(Utrecht) -- 09-11-2005 20:10
Re : Easton winter? Ja of nee.   ( 177)
Eric (Boechout) -- 09-11-2005 20:14
Neen, hiervan   ( 191)
Marcus (Sleidinge ) -- 09-11-2005 20:16
Re : Neen, hiervan   ( 46)
Eric (Boechout) -- 09-11-2005 22:22
Easton   ( 180)
Eric (Boechout) -- 09-11-2005 20:13
Re : Bron: Meteo Consult   ( 165)
Pieter (Alblasserdam) -- 09-11-2005 20:17
Re : Wat is de bron van dit verhaal?   ( 15)
Cees-Rotterdam -- 10-11-2005 10:34