Opvallend is het, hoe de tweede decade van november 1965 er uit springt. Een bijzondere vorstperiode, zo herinner ik mij. En dan afgesloten met sneeuw, eerst van Noordzee-buien en later uit een warmtefront. De laatste sneeuw smolt snel weg.
November 1965 had ook een vroege ijsdag in De Bilt, namelijk 14 november. Alleen geslagen bij mijn weten door 1980 op 3 november.
De winter van 65/66 staat bij ons niet te boek als een strenge of zeer koude winter. Wel presteerde deze iets te koude winter een paar mooie dingen. In januari een vorstperiode van 16 dagen met ijsdikten van 15 tot 18 cm (schatting van mij). Bovendien viel er in die periode sneeuw, die opviel door de zeer klein vlokken met prachtige kristallen; een bijzonder mooi verschijnsel en in onze streken niet alledaags. Deze sneeuw was kennelijk ontstaan in een zeer koude luchtlaag. Aanéénklonteren tot grote vlokken was daarbij niet aan de orde. De hoeveelheden sneeuw waren niet groot. Het hele verhaal was het gevolg van een koudeput boven het Europese continent. Zie kaartje.
In februari kwam de winter nog een keer terug, vooral herinnerd door de ijzel en sneeuwstormen in het noorden van het land. In het zuidwesten stelde deze periode weinig voor.
In Scandinavië staat de winter van 66 te boek als bijzonder koud, trouwens. Dat bericht verbaasde mij achteraf, omdat bij ons het wintergemiddelde normaal was met 3,0 en het koudegetal met 99,3 wel aardig maar niet bijzonder hoog.
Groet,
Cees
Quote selectie