neem het voorbeeld van 1947 . Eerste koudegolf in december via Nova Zembla hoog dat afzakt, een dag of drie met kern boven Scandinaviƫ gaat liggen en dan afzakt (evolutie 15 naar 18 december 1946). Eind december verschijnt dan weer een Baltisch hoog op de proppen. Mooi om te zien hoe sterke depressieactiviteit dit hoog in stand houdt, maar zonder veel kou allemaal. Pas na afbraak van dit hoog, wordt er een nieuw hoog opgebouwd (zie plaatje)en op 21 januari begint de grote winter pas echt. Daarna zie je veel hogedruk in het noorden, maar de kernen verschuiven voortdurend. De ene keer ligt de hoofdkern bij Groenland, dan weer ergens in de NOordzee, dan weer in Rusland. Enige constante is de exreem zuidelijke straalstroom en de lage landen die voortdurend in een NO/O/ZO stroming liggen. Kijk bijvoorbeeld eens naar 21 feb 47. Kanjer van een Groenlandhoog, maar zeker geen zelfstandig scandihoog. Dat kwam er nadien ook niet meer van. Toch bleef het tot diep in maart doorwinteren, dankzij een gigantisch Groenlandhoog.
Overigens is er weinig verband met kou in Rusland in november en koude winters hier. Ter illustratie voor St Petersburg: nov 1916 was doorsnee, november 1919 zeer koud, nov 1921 zeer koud, nov 1923 zeer zacht, nov 1928 zeer zacht, nov 39 doorsnee, nov 40 doorsnee, nov 41 zeer koud,nov 46 doorsnee, nov 53 doorsnee, nov 55 koud, nov 62 zacht, nov 65 zeer koud, nov 78 zeer zacht, nov 84 en 85 doorsnee, nov 86 zeer zacht, nov 93 zeer koud, nov 96 zeer zacht, nov 98 zeer koud. Zie jij een verband met de navolgende winters hier? Ik niet.
mvg,
Dieter
mvg,
Dieter
Quote selectie