Ik vond het wel interessant...
Kwam een afstudeerverslag tegen met daar in het aantal onweersdagen in de zomer in Groningen van 1961 tot en met 2000. Op de KNMI site vervolgens de neerslag hoeveelheden per maand voor Groningen gedowned.
Vervolgens gekeken naar de correlatie tussen het aantal onweersdagen en de neerslag in maart, april, juni, juli en het totaal over deze maanden. Maximaal 0.28: zeer zwak.
In het afstudeerverslag staat trouwens ook dit:
4.2.4 Neerslag
De meeste neerslag gaat niet met onweer gepaard. Een goed voorbeeld hiervan is de gelijkmatige
regen, zoals bij een frontpassage. Het is dus niet waarschijnlijk dat de waargenomen veranderingen in
de onweersfrequenties ook zichtbaar zijn in de neerslag (Kuyper, 1940).
Kuyper (1940) heeft een uitgebreide analyse gedaan naar de onweersfrequentie in Nederland in de
periode 1907 tot 1936. De gegevens die bij deze analyse zijn gebruikt, komen van vrijwillige
waarnemers. Hij heeft onder andere de geografische verdeling van onweer en neerslag met elkaar
vergeleken. De conclusie was dat er slechts enkele overeenkomsten tussen beide verdelingen waren.
Het is interessant te onderzoeken of er in de laatste 40 jaar van de 20e eeuw een betere relatie tussen
onweer en neerslag is. In figuur 4.9 is de hoeveelheid neerslag per jaar uitgezet tegen het aantal
onweersdagen per jaar. Er is een puntenwolk te zien met een slechte correlatie (correlatiecoëfficiënt
0,069). Ook zijn de correlatiecoëfficiënten van het zomer- en winterhalfjaar berekend. Deze getallen
bevestigen eveneens het vermoeden dat er geen verband is, want voor het zomerhalfjaar is een
correlatiecoëfficiënt van 0,007 gevonden en voor het winterhalfjaar -0,008.
De conclusie is dus dat er op jaar- en halfjaarbasis geen aantoonbaar verband is tussen de hoeveelheid
neerslag en het aantal onweersdagen
Quote selectie