Hoi Harrie,
Ik weet niet of je laatst mijn bericht nog had gelezen over een mogelijk verband tussen de ligging en sterkte van de straalstroom ten oosten van Japan in december en de gemiddelde wintertemperatuur in De Bilt een jaar later.
Er blijkt een groot gebied te zijn waarvoor dat verband bestaat. De onderstaande grafiek geeft de correlatie tussen de gemiddelde zonale windcomponent op 200 hPa in december en de gemiddelde wintertemperatuur in De Bilt een jaar later. Rood betekent dat hoge zonale windsnelheden vaker worden gevolgd door zachte winters en blauw betekent dat deze vaker worden gevolgd door koude winters.
Uit het tweepolige patroon (rood-blauw) kun je afleiden dat de kans op een koude/strenge winter groter is, als een jaar eerder de ligging van de straalstroom in december boven de Aziatische kant van de Pacific een stuk zuidelijker is. Op de tweede grafiek is de significantie van het gevonden verband weergegeven. Zoals je ziet is er een groot gebied waarvoor deze boven de 99.99% ligt!
Hieronder zie je een grafiekje met dit verband, waarbij de wintertemperatuur te De Bilt is vergeleken met de gemiddelde zonale windcomponent op 200 hPa een jaar eerder in het gebied tussen 20 en 30°NB en 140 en 180°OL; een groot gebied dus! De blauwe lijnen geven de mediaan waarden, d.w.z. dat 50% van de waarden boven en 50% beneden die waarde ligt.
Zoals je ziet werd de winter van '63 door de meest extreme waarde voorafgegaan. Wel jammer van 1956 en 1996, die volgens dit verband een beetje uit de lucht kwamen vallen.
Hoe dit verband dan meteorologisch te verklaren zou zijn, is mij nog een raadsel. Ik weet dat de straalstroom via bergketens grootschalige golven veroorzaakt waarvan de langste golven zich omhoog kunnen voortplanten als de windsnelheid groot genoeg is. Dit gebeurt voornamelijk op het Noordelijk Halfrond in het winterseizoen, dus ook in december. Vervolgens bewegen deze golven zich dus omhoog, in de stratosfeer, waar ze na een tijd breken. Die breking heeft weer gevolgen voor de stratosferische winden, waardoor uiteindelijk de luchtdruk aan de grond weer beïnvloed wordt. Deze gang van zaken heb ik niet zelf bij elkaar gefilosofeerd, maar staat beschreven in het proefschrift van Michael Sigmond (KNMI), dat hij 27 oktober jl. verdedigde. Dus dat dit ook een meteorologisch verklaarbaar verband is, durf ik zeker niet uit te sluiten. Maar volgens mij ligt het antwoord in computersimulaties en niet in de theorie, omdat het te gecompliceerd is.
Ik ben benieuwd wat je hiervan vindt. In december 2002 was de gemiddelde zonale wind 34.6 m/s, waarmee we dus een grotere kans lijken te hebben op een koude winter.
Ik heb zelfs een zogeheten p-test uitgevoerd, wat aantoont hoe krachtig een gevonden verband "bewezen" is. Deze kwam uit op een p-waarde van 0.0002864 of minder, wat grofweg betekent dat de kans op een toevallig dergelijk resultaat kleiner is dan 0.02864%.
Groet,
Alwin
Quote selectie