Hoi Sjoerd en anderen,
Mogelijk is dit allang achterhaald; ik heb niet de hele discussie gevolgd. Aangezien ik even wat tijd overheb zou ik graag iets zeggen over de puntentelling.
T = de maandgemiddelde temperatuur
N = de maandsom van de neerslag
Z = de maandsom van de zonne-uren
Als de variabiliteit van jaar tot jaar groot is in T, N, of Z, is het moeilijker de precieze waarde te voorspellen.
Daarom moet de puntentelling m.i. gewogen worden met de standaardafwijking (stdev) voor die maand, zeg voor de periode 1971-2000. Zo wordt je afwijking t.o.v. de werkelijkheid dus uitgedrukt in een aantal standaardafwijkingen, waarna je vervolgens punten gaat aftrekken op basis van die "genormaliseerde" afwijking.
Als toevoeging kun je zeggen dat je de temperatuur zwaarder wilt laten wegen dan het aantal zonne-uren.
Stel dat je de volgende weegfactoren voor T, N en Z wilt: Tw:Nw:Zw, met Tw+Nw+Zw=100. (Bv. Tw=40, Nw=30 en Zw=30)
Stel bovendien dat iemand Tv,Nv en Zv voorspelt, terwijl de standaardafwijkingen voor die maand Ts,Ns en Zs bedragen en de werkelijke waarden Tr,Nr en Zr zijn.
De puntenaftrek PA voor die maand zal dan zijn:
PA = Tw * abs(Tv-Tr)/Ts
+ Nw * abs(Nv-Nr)/Ns
+ Zw * abs(Zv-Zr)/Zs
abs(x) is hier de waarde van x met weglating van een evt. minteken.
Als je voor alle drie de grootheden 1 stdev ernaast zat zou je dus 100 punten aftrek krijgen, wat je als het gemiddelde mag beschouwen. Ik zou dus starten met 200 punten (misschien nog meer) en de bovenstaande puntenaftrekmethode toepassen.
Wellicht is dit al door een ander aangehaald, in dat geval mag dit bericht worden genegeerd.
Groet,
Alwin
Quote selectie