Je kan heel simpel aantonen dat in een dichtbevolkt land als Nederland of België het volkomen onmogelijk is om een donder te horen van een ontlading die zich meer dan 20 à 25 kilometer verderop heeft voorgedaan. Dat betekent dat er zeker 1,5 minuut tussen de feitelijke ontlading en het horen van de donder zit.
Een stevige donder produceert, als je er heel vlak bij staat, een volume van 120 dB. De lage frequentie, tussen de 15 en 75 hertz, zorgt er voor dat het geluid zo'n 10x verder komt dan met een normale puntbron (waarvan het volume per afstandsverdubbeling 6 dB afneemt). Bij een ontlading van 120 dB hoor je die nog zwakjes op zo'n 20 kilometer afstand. Het probleem in de Benelux is echter niet zozeer de afstand maar meer de grote hoeveelheid achtergrondgeluid. Die overstemt al heel snel de donder. Wil je dus de donder horen van een onweersbui op zo'n 20 of 25 kilometer afstand, moet je al in het open veld staan en moet het gebied tussen de bui en de waarnemer relatief geluidsstil zijn. Vrijwel de enige plek waar dit nog mogelijk is, is in de Waddenprovincies waarbij je 's nachts zachtjes de donder kan horen van buien boven de Waddenzee.
Er zijn overigens wel voorbeelden bekend van andere typen geluiden (zogenaamde lijnbronnen) die dankzij inversies tot soms wel 100 km verderop te horen waren. De donder van een bliksemontlading is echter een puntbron en tijdens onweer is zelden sprake van een inversie.
Gr. Ben
Quote selectie