Onder invloed van nieuwe impulsen van een warmbloedige Ierse depressie vallen er op vrijdagmiddag 11 juli 1975 zonder aanziens des persoons op verscheidene plaatsen in Nederland zware electrisch actieve onweersbuien. Er zijn vele blikseminslagen. Een trefgeval in het Friese plaatsje Schettens blijft mij uit de meldingen in de krant bij. Het betreft het geval van een boer die 's middags bezig is met de bevestiging van schrikdraad of prikkeldraad rond zijn weiland. Hij onderbreekt zijn werkzaamheden kennelijk niet vanwege het opkomende onweer. Terwijl hij de ijzeren draad in zijn hand houdt, slaat de bliksem daar op! In een ondeelbaar ogenblik is er daar die onverbiddelijke consequentie van de wetten der natuur, volgens welke een keuze moet worden gemaakt om de electrische spanning naar de aarde af te voeren. De keuze is om via de boer de grond in te gaan, hetgeen zijn doodvonnis zal zijn, óf via een paal aan welke de draad aan de andere kant inmiddels is bevestigd. De bliksem kiest voor de paal. Het leven van de boer wordt gespaard.
Het volgende geval is bij mij in onderzoek op z'n waarheidsgehalte. Dit geval heb ik eens gelezen in een onbewaakt ogenblik in een Fries naslagwerk, ergens in de jaren '70. Sedertdien heb ik nooit meer iets van dit geval gelezen. Het moet zijn gebeurd in juni 1921. Van deze tijdsbepaling ben ik absoluut zeker, want ik vond het zo toevallig. Immers, de zomer van 1921 staat juist bekend vanwege zijn langdurige droogte en stabiliteit. Maar het zal uiteraard weleens geonweerd hebben. En juist tijdens zo'n onweer moet zich ergens in Friesland een hoogst curieus ernstig trefgeval hebben afgespeeld. Het zou gaan om een talentvolle jongeman, mogelijk een veelbelovend schrijver. Hij zou dodelijk door de bliksem zijn getroffen, terwijl hij achter een kerkorgel zat te spelen.
Uit mijn eigen leven ken ik enkele bijzondere aantekeningen over onweer. Als heel klein jongetje herinner ik mij ergens uit de jaren 1962 of 1963 een hoogst opmerkelijke uitspraak van een oudere broer van mij. Het onweerde tijdens een waarschijnlijk 'reguliere' bui, dus niet zo'n heftig warm-zomers-onweer. Na verloop van tijd achtte hij het wel weer vertrouwd om zich buiten te begeven, want hij had de 'vuurbol' gezien en dat was kennelijk een teken, dat het onweer 'uit de bui' was. Of dit zo is, weet ik niet, maar de meest sensationele onweerswaarneming die ik zelf heb gedaan sluit hierbij aan.
Als jongetje van een jaar of 10, 11 meldde ik mij 's avonds voor de voetbaltraining, maar ik was aan de vroege kant en volkomen alleen op het verlaten trainingsterrein. Op afstand was er gerommel uit een bui in het westen, waar ik vrij zicht op had. Op een gegeven moment voltrok zich een onvergetelijk tafereel. Ik zag uit de buienwolk geluidloos tergend traag een grote vuurbol neerdalen, ter grote van de volle maan bij opkomst vlak boven de horizon (is zeer groot in mijn beleven). Toen de vuurbol halverwege tussen wolkenbasis en aarde was neergedaald, explodeerde de vuurbol alsof het onderdeel was van een vuurwerkshow. Er was geen geluid.
Op zondagochtend 21 juni 1975 nam ik tijdens een enerverend onweer uit het noordoosten, durend van half tien 's ochtends tot half één 's middags een zogenoemde parelsnoerbliksem waar.
Tot zover deze spontane opsomming in deze nauwelijks tot de verbeelding sprekende zomer, wat het onweer betreft dan...
Quote selectie