Ik schat de wind ook meestal aan de hand van het drukverschil tussen Limburg en de Wadden (bij ZW-wind) maar wel in m/s want de beaufortschaal is niet lineair. De verhouding drukverschil en wind is landinwaarts 1 op 1 en voor de kust ongeveer 1: 1,75. Bij een verschil van 10 hPa tussen Terschelling en Maastricht staat er boven land 5-6 bft en aan zee 8 bft.
De werkelijke windberekening is ingewikkelder. Daar wordt eerst de geostrofische wind bepaald. Dat is een wrijvingsloze wind waarbij coriolis- en gradiëntkracht elkaar opheffen en er geen versnelling (of vertraging) meer plaats vindt.
Verder speelt de kromming van de stroming een rol omdat daarbij centrifugaalkrachten voorkomen. De evenwichtswinden liggen in cyclonale stromingen (rond lagedrukgebieden) daardoor lager dan bij anti-cyclonale (hogedruk) stromingen. Toch waait het rond depressies vaak harder omdat daar de isobaren dichter bij elkaar liggen. Gezien de sterk cyclonaal gekromde isobaren op deze kaarten zou de wind minder sterk moeten zijn dan bij rechte isobaren.
De wind op 10 m wordt dan weer sterk beïnvloed door wrijving. Zo kun je het percentage nemen van de geostrofische wind met krommingseffecten.
Bij stormachtige situaties is dat 40-50%, afhankelijk van stabiliteit en ruwheid. In sterk beschut terrein, zoals de bebouwde kom en bosrijke gebied, nog minder. Bij zwakkere winden speelt de mate van stabiliteit een steeds grotere rol en kan in open terrein de windsnelheid ook beneden 30% van de geowind liggen. Aan zee bedraagt de gemiddelde wind meestal 60-70 % van de vrijwingsloze evenwichtswind.
Victor
Quote selectie