Het is heel simpel. ,,Global warming'' als term slaat op de
wereldwijd gemiddelde temperatuurtrend, zo is dat gedefinieerd (net als in de wiskunde het rekenkundig gemiddelde gedefinieerd is als de som van alle waarden gedeeld door het aantal). Het is een feit dat stromingspatronen moéten veranderen, zeker als een externe invloed zorgt voor een opwarmende of afkoelende trend op wereldwijde schaal, bijvoorbeeld doordat er overal netto meer straling de aarde bereikt (in het geval van het versterkte broeikaseffect).
Een gevolg van deze gewijzigde stromingspatronen kan inderdaad zijn dat luchtmassa's gebieden gaan bereiken die eerst niet bereikt werden of gebieden verlaten waar zij eerst wel voorkwamen, waardoor er een secundair opwarmings/afkoelingssignaal ontstaat in de
lokale meetreeksen. Door echter een mondiaal gemiddelde te nemen filter je dit soort effecten uit. Aanname is daarbij dat de positieve en negatieve effecten elkaar uitmiddelen. Wil je die aanname omzeilen dan kan je ook trends in luchtdruk uit een reeks filteren om het effect van veranderde stromingspatronen te neutraliseren. Alwin heeft dit al eens gedaan voor de reeks van De Bilt en het bleek dat het effect van de mondiale opwarming dankzij het versterkte broeikaseffect in onze omgeving de laatste 10-15 jaar voor een deel
gemaskeerd wordt door een sterkere NAO (zonalere stroming ten westen van ons). Zoals hij het zelf stelde:
,,De conclusie is dat het lineaire effect van decadale schommelingen in de NAO op de jaargemiddelde temperatuur in Nederland al sterk genoeg is om de gestage opwarming sinds 1988 te maskeren (deze opwarming sinds 1988 is nl. gering, vooral t.o.v. de wereldwijde opwarming). M.a.w.: geen mysterieuze 'klimaatsprong', maar een lokale maskering van een geleidelijke temperatuurstijging door decadale variabiliteit in de NAO.''
Gr. Ben
Quote selectie