Het blijkt maar weer hoe cruciaal de voorgeschiedenis is voor een koude winter (voor alle duidelijkheid: ik heb het dan niet over de zomer of het najaar, maar de "recente" voorgeschiedenis).
Kijk in het archief bijvoorbeeld eens naar de kaarten vanaf pakweg 5 februari 1963 en de weken daarna. Daar zitten er een aantal tussen die op het eerste zicht niet veel meer winterse potentie hebben dan wat we zien in februari 2007. Maar door de ijskoude voorgeschiedenis konden ze toch de winter in het zadel houden.
Neem de kaart van 15 februari 1963 (zie hieronder). Atlantische lucht stroomt over Noord-Spanje en Frankrijk naar de Benelux. Als dezelfde drukverdeling overmorgen op de analyse zou staan, zouden we moeiteloos de kaap van de +10° overschrijden, gezien de zachte voorgeschiedenis. In '63 was heel Europa zo sterk afgekoeld dat 15 februari 1963 gewoon een ijsdag was, ook in Vlissingen (bron: klimatologische gegevens KNMI).
Ik durf het zelfs extreem te stellen: als de hele drukverdeling van 5 februari tot eind februari 1963 zich opnieuw zou voordoen maar dan met een voorgeschiedenis zoals we die nu achter de rug hebben, dan zou die februari een onopvallende wintermaand zijn.
Dit is volgens mij ook de correcte uitleg van de Postma-doctrine: "In een koude winter worden zachte oplossingen koud, in een zachte winter worden koude oplossingen zacht." Die regel heeft volgens mij niets te maken met het in laatste instantie afbouwen of afblazen van een eerder voorziene winterinval door de modellen, want die nemen de voorgeschiedenis weldegelijk mee.
Quote selectie