Interessante vaststelling, die verwijzing naar 1963

. Maar zelf zou ik eerder geneigd zijn te denken dat modellen de voorgeschiedenis juist niet genoeg meenemen, of beter meeKRIJGEN, onder de vorm van gegevens over de actuele toestand van sneeuw en ijs in de zeeën rond en op het vasteland van Noord- en Oost-Europa.
Met de modellen op zich is niks mis volgens mij, integendeel. Wij waren allemaal verbaasd hoe goed zij de storm van 18 januari te pakken hadden. Reeds dagen voor die storm ontstond werd al binnen nauwe marges berekend dat die depressie:
1) op die welbepaalde plaats zou ontstaan
2) dat bepaald traject zou volgen
3) zo diep ging zijn bij passage over de Noordzee
En als dusdanig een flinke storm veroorzaken bij ons. En dat terwijl zo'n depressie toch ook maar ontstaat als een minieme storing ergens op het polair front. De betrouwbaarheid was in die periode erg hoog.
Diezelfde uitmuntende modellen voorzien ook nog altijd, en dat meermaals per winter, een winterinval in het GKB. Dus zou men mogen denken dat de atmosfeer nog altijd initieel dezelfde voorwaarden voor winterweer biedt als vroeger, voor de klimaatsprong. Maar toch verwateren die winterinvallen meestal met het naderbij komen in de tijd.
Diezelfde modellen geraken ook al te vaak de pedalen kwijt zogauw Skandinvie tot het zuiden volloopt met koude lucht, en wij voor ons weer ook stilaan die kant op moeten kijken. Zoals de voorbije twee weken.
Volgens mij speelt het mee dat bij ZW en W circulaties ons weer afkomstig is uit een gebied waarvan de toestand in de onderste lagen van de troposfeer zeer goed gekend is met weinig variatie zowel in tijd als plaats: zowat het hele noordelijke deel van de Atlantische oceaan. De voorgeschiedenis van een winter speelt verderop op de oceaan minder een rol denk ik.
Veel grilliger is de toestand in Skandinavie en Rusland, het noordelijkste deel van de oceaan, de Oostzee en de Botnische Golf. In Lapland kan het in één dag gaan van 0° naar -30° bij uitklarende hemel, echter mits de aanwezigheid van een sneeuwdek. Met name in de periode rond 21 december kan het effect van uitstraling 24u op 24u doorgaan. Daarom is die (voor ons schijnbaar vroege) periode van de winter zo belangrijk voor het verdere verloop bij ons. Als er begin januari nog niet voldoende winter heerst in Skandinavie en Rusland, en er dus nog altijd maar weinig sneeuw ligt, dan vermindert dit de kans op structureel winterweer bij ons.
Even belangrijk is de hoeveelheid ijs in de Botnische Golf en de Oostzee, en de temperatuur van de Oostzee. Transportkou over een met ijs bedekte zee verliest z'n eigenschappen niet. Boven open water echter raakt stabiele koude lucht snel verstoord door opname van vocht en warmte onderin.
Hoe snel dat gaat, dat ziet men op de weerkaarten bij uitstroom van de ijskoude Canadese lucht over de oceaan. Heeft die lucht bij aanvang een temperatuur van -25°, een eindje buiten de kust (zo'n 500 km) wordt het vriespunt al bereikt.
Tegenwoordig is ook ten N van Skandinavie, van Spitsbergen tot Nova Zemla, veel meer open water te vinden dan vroeger. En waar open water is, daar is een voedingsbodem voor verstoringen en depressies. Al te vaak zien we tegenwoordig dat zelfs sterke koude hogedrukgebieden boven NO-Europa relatief snel wegglijden naar het ZO, omdat er daar altijd wel een depressie verschijnt die als een hond in een kegelspel doordringt tot aan Nova Zemla toe, en zo iedere verankering van koude hogedrukgebieden tenietdoet. En telkens weer stuurt zo'n depressie extra vocht en warmte dat deel van Europa binnen.
Om een lang verhaal kort te houden: als men winterweer in de toekomst beter wil voorspellen(of ik vrees eerder: verhinderen dat nog veel virtuele winterinvallen verschijnen in het GKB

) dan komt het er volgens mij op aan meer waarnemingen over de toestand van het aardoppervlak mee te nemen in de berekeningen, en zeker de gegevens omtrent sneeuw en ijsbedekking.
In de specificaties van de WMO van de synoptische waarnemingen is nochtans daar genoeg ruimte voor voorzien:
1) toestand aardoppervlak: droog, nat, bevroren,..
2) hoogte sneeuwdek
3) toestand sneeuwdek: onderboken of gesloten
4) hoeveelheid versgevallen sneeuw gedurende voorbij periode
enz.
En hier wringt het schoentje, want dit soort waarnemingen wordt eerder sporadisch gedaan: op onregelmatige tijdstippen of slechts 1x per etmaal. Omdat dit voornamelijk mensenwerk is. Ondanks het feit dat er in Rusland een aantal waarnemingstations terug operationeel geworden zijn nu het in daar economisch beter gaat, zal de toestand er niet op verbeteren met de opmars van automatische weerstations vrees ik.
Quote selectie