Vraag 1: het gaat om divergentie op hoogte, dit betekent convergentie onderin en daardoor verticale bewegingen naar boven gericht.
Vraag 2: meestal, bij convergentie komt lucht samen en als het verder nergens heen kan is het omhoog. Je moet duidelijk onderscheid maken tussen convergentie en confluerende lucht, alsmede divergentie en diffluerende lucht. In het geval van convergentie en divergentie is er vrijwel uitsluitend sprake van samenkomst van lucht die daarna nergens anders heen kan dan verticaal. In het geval ontwikkelende verticale bewegingen door andersoortige processen ontwikkelt er ook convergentie en divergentie ter compensatie, natuurlijk (denk aan warm aardoppervlak, opstijgende lucht --> luchttekort, convergentie rond gebied met opstijgende lucht, bovenin divergentie want lucht wordt verdrongen).
Vraag 3: lijkt me best aardig, zou het zelf wat dichter bij het gele gebied allemaal tekenen. De rechteruitgang ligt bij Normandiƫ. Op kaartjes met vorticiteitsadvectie op 300 hPa kan je meestal de in- en uitgangen goed zien (bovenste). Ook op kaartjes met convergentie en divergentie natuurlijk (onderste).
Gr. Ben
Quote selectie