In de groene gebieden heb je divergentie in de bovenlucht. D.w.z. de lucht stroomt uitelkaar welke weer van onderen zou moeten worden aangevuld. Hierdoor gaat de lucht stijgen en afkoelen wat vorming van wolken en neerslag in de hand werkt.
Deze stijgsnelheden vallen overigens in het niet bij de sterke stijgwinden in Cumulonimbus-wolken. De rol bij onweersbuien is dan een stuk genuanceerder. Deze optilling koelt de middelbare en hogere troposfeer af waardoor de opbouw extra onstabiel wordt. (Dit wordt naar mijn idee bij de linkeruitgang nog versterkt door kou-advectie in de bovenlucht maar bij de rechteringang tegengewerkt door warmte-advectie).
Verder is het zo dat normaliter rond buien de lucht daalt om de sterke stijgwinden in de cumulonimbus te compenseren. Op middelbare niveau wordt de lucht rondom de buien dan warmer en droger terwijl de relatief warme restanten van de buienlichamen de hogere niveaus vullen met dichte sluierbewolking. De lucht stabiliseert op die manier waardoor het nieuwe buien moeilijker wordt gemaakt en minder aktief zijn. Echter bij de LU en RI van de straalstroom heft de optilling de subsidentie (afdaling van lucht op mid-levels) op en worden de restanten van buien snel afgevoerd. Dit betekent dat de onstabiliteit blijft bestaan. Wanneer buien zich gaan organiseren gebruiken ze efficiƫnter de beschikbare energie en worden dus zwaarder. Maar gewoonlijk stabiliseren ze tegelijkertijd hun eigen omgeving, waardoor de beschikbare energie afneemt. Bij optilling als gevolg van de LU of RI van de jetstreak of PVA blijft de onstabiliteit gegarandeerd en kunnen ze daadwerkelijk aktiveren.
Een beetje ingewikkeld zo.
Victor
Quote selectie