Het gaat me echter over NW winden waarbij de traject over relatief warm water langer is en ook tot diep in de winter zo zal zijn. is er dan kans op heverige aspecten qua buien (zwaarder, winteronweer)of is de temperatuur bij dergelijke ontwikkeling gewoonweg te hoog voor veel sneeuw.
Ik zal proberen hier antwoord op te geven. Het beschrijft grotendeels mijn persoonlijke visie welke natuurlijk niet onfeilbaar is.
Het traject dat de lucht vanuit N tot NW over zee aflegt is zowiezo al lang. Een verlenging zou dus niet zoveel verschil meer uitmaken. Zeker niet in het zomerhaljaar. De poolkou is dan minder uitgesproken en beperkt zich tot een vrij dunne laag, welke sneller opwarmt. Verder zijn de luchtstromen dan minder sterk en uitgestrekt. Wanneer de lucht, vanaf het poolijs, eenmaal Nederland heeft bereikt is deze al zover opgewarmd en bevochtigd dat die zich nauwelijks onderscheidt van maritiem polaire lucht(lucht van hoge breedte die niet met ijs in aanraking is gekomen). Andere factoren die temperatuur en vochtigheid bepalen wegen dan zwaarder. Arctische luchtsoorten komen dan ook niet voor in Nederland en België tussen mei en oktober. Het afsmelten van poolijs heeft in deze periode geen directe invloed op ons weer. Ook niet als het gaat om buien, samenhangend met koude bovenluchten. Die koude putten onstaan namelijk net zo goed boven het noorden van de Atlantische oceaan of het Noordzeegebied.
De winter is wel gevoeliger voor het terugtrekken van het poolijs. Het winterse diepvies reservoir is veel groter en genesteld in een diepere laag. Het temperatuurverschil tussen maritiem polaire- en arctische lucht is dan groot in het brongebied. Die arctische lucht kan met grote snelheid naar de lage landen worden getransporteerd. Hierbij warmt de lucht snel op boven het relatief warme water, maar met de sneeuwbuien verdwijnt de warmte naar boven. Bij een arctisch koude bovenlucht (500hPa temperatuur van -35°C of lager) worden warmte en vocht over een dikkere laag verdeeld en een groter deel van het vocht keert met winterse buien terug in zee. Hierdoor blijft de lucht langer koud en droog en verschilt duidelijk van maritiem polaire lucht. Maar op den duur warmt ook de bovenlucht op en neemt de buienaktiviteit af, indien de onderste luchtlaag niet verder opwarmt dan anders. Bij het terugtrekken van het poolijs zouden we vaker in deze fase kunnen komen. Verder wordt bij weinig poolijs de arctische lucht in haar brongebied al aangevreten. Maar gelukkig hebben we Groenland ook nog als bron van koude arctische luchtmassa's, in het bijzonder in de bovenlucht.
Victor
Quote selectie