Wie bepaalt die 10 dagen? Dat is zeker geen universele constante... Waarom zou een ensemble van verstoorde begintoestanden niet pas volledig waardeloos zijn voorbij de 15 dagen? (En dan heb ik het nog niet over de tropen, waar persistentie belangrijker is.)
Waarom zou over de termijn van deze horizon geen discussie kunnen bestaan? Het is bijvoorbeeld al duidelijk dat de voorspelbaarheidshorizon in de zomer dichterbij ligt dan in de winter, juist vanwege die koppeling met de stratosfeer, die steeds beter door de modellen wordt meegenomen.
En over de eenduidigheid van de stratosfeer-troposfeer koppeling... daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat om kansen en om enige voorspellende waarde. Iets wat dus beter werkt dan de klimatologie.
Ik begrijp dus niet waarom je die grens op 10 dagen trekt. ECMWF en GFS zien er in ieder geval genoeg reden voor om verder dan 10 dagen vooruit te kijken. Ik zou graag willen weten op welke termijn de skill van de beide ensembles echt nul wordt. Voor de Opers zijn daar wel grafiekjes voor, maar voor de ensembles bij mijn weten niet.
Groet,
Alwin
De grens van 10 dagen is inderdaad arbitrair en berust op een vraagstelling als: wanneer is de correlatie tussen twee weerdagen kleiner dan een bepaald getal? (10%?). Aangenomen dat hier een afspraak over bestaat, ben je er nog lang niet. De voorspellingshorizon verandert namelijk van dag tot dag (dit is de reden dat er
ensembles worden gemaakt!).
De periode van tien dagen kwam uit een artikel van Theo Opsteegh in 1987 rollen. Mathematisch modelletje vermeerderd met observaties.
Overigens ligt de horizon in de zomer dichterbij vooral agv het hogere golfgetal...
Je kunt discussiëren over de lengte van de termijn; die lengte is bovendien fysische variabel; maar ik denk niet dat veel ruimte is voor discussie over de vraag of die horizon wel of niet bestaat; en ook niet over de vraag of die véél langer is dan die 7 à 15 dagen: exit Corbyn.
Quote selectie