hef·tig (bijvoeglijk naamwoord; heftiger, heftigst; heftigheid)Quote selectie
1 onstuimig
2 hevig, erg
3 geweldig, prachtig
En die -e aan het eind is prima. Een zwaardere storm, een heftigere storm, etc.
Wijsneus.
Groet,
Alwin
( 84)
( 405)