Hieronder nogmaals enkel temperatuurreconstructies vanaf 1880 tot heden.
De berekeningen zijn gebaseerd op een drietal dominante klimaatsforceringen maar met variabele response op temperatuur in zowel sterkte als tijd.
(Invalid img)
Hieronder zijn de verschillende bijdragen per model afzonderlijk weergegeven. Model 2.2 (blauw) heeft een vrij normale klimaatsgevoeligheid voor broeikasgassen (GHG) van 0,6 K/W/m2 (= 2,2°C temperatuurstijging voor verdubbeling CO2) en een vrij lange delay van 10 jaar. Voor de zonneaktiviteit geldt dezelfde klimaatsgevoeligheid maar met een hele korte delay van 2 jaar. Over de rol van stof en rook, zg. (antropogeen) aërosol, bestaat nog veel onzekerheid en is hier middelmatig tot laag ingeschat, daarbij is ook de invloed van vulcanisch stof megenomen. Bij deze laatste is een lagere klimaatsgevoeligheid en korte response tijd genomen omdat ook de forcering slechts van korte duur is.
In model 1.1 (lila) is de klimaatgevoeligheid van de zonneaktiviteit verhoogd naar 1 K/W/m2 en van GHG verlaagd naar 0,35 K/W/m2. De delay is bij de zonneinvloed verlengt naar 8 jaar en bij GHG verkort naar 3 jaar. Daar is wel wat voor te zeggen aangezien het broeikaseffect vooral atmosfeer en aardoppervlak verwarmen, terwijl zonlicht deels dieper in de oceanen doordrengt en later aan de oppervlakte komt. Verder is het aërosol effect nog lager gezet en is er een sinusoïde toegevoegd. Deze moet de AMO/NAO voorstellen, een natuurlijke fluctuatie. Het blijkt dat deze beter het piekje rond 1940 meepakt en verder...kijk zelf maar...
In model 1.2 (geel) is gepoogd de temperatuur te reconstrueren zonder broeikaseffect. Daarbij is het zonnëeffect verhoogd tot maar liefst 2,5 K/W/m2, de amplitude van de AMO verhoogd en het antropgene aërosol effect volledig genegeerd. Het gemeten temperatuursverloop is nog redelijk te reproduceren tot circa 1990 maar daarna loopt het mis.
(Invalid img)
(Invalid img)
(Invalid img)
Conclusie:
De temperatuurcurve is op verschillende manieren te reproduceren. Een hoge gevoeligheid voor CO2 past met een lange response tijd en hoge gevoeligheid voor aërosol. Maar met een lange delay voor zonneaktiviteit mis je de piek rond 1940. De klimaatsgevoeligheid voor GHG in model 2.2 ligt nog beneden de gemiddelde waarde van de IPCC-modellen (0,8 K/W/m2, oftewel 3°C voor 2X CO2) en de curve wordt er dan niet beter op (kan ik nog laten zien). De curve wordt beter gereconstrueerd na introductie van een sinus, één die bijvoorbeeld de NAO/AMO voorsteld, maar dan moet de invloed van GHG's ook naar beneden.
Echter, zonder broeikaseffect is de curve niet de reproduceren. Samengevat overschatten modellen de opwarming ten gevolge van CO2 maar kan het broeikaseffect beslist niet uitgesloten worden.
groeten Victor
Dit onderzoekje is in eerste instantie niet met een serieuze intentie opgezet (het was een reactie op Ben's grafiekje) maar het loont misschien wel de moeite om het wat beter aan te pakken. Zo zijn de stralingsforceringen naar tijd afgelezen van grafiekjes van het IPCC rapport en niet gevoed met ruwe data (zeker voor vulkanen arbitrair). De invloed van antropogeen aërosol is een functie van GHG (greenhousegas)-forcering aangezien zowel de uitstoot van broeikassen als van aërosolen sterk samenhangt met de industriële aktiviteit. Omdat de verblijftijd van CO2 e.d. langer is dan van aërosol heb ik de trend in GHG extra meegewogen in de bepaling van het aërosol effect. Beiden zijn dan ook sterk gekoppeld. Een hoog broeikaseffect past alleen als je ook het aërosol effect hoog inschaald. Verder kan je de aanpassingstijd nog wat rekken.
Quote selectie