Op het verdiepingsforum ben ik begonnen aan een reeks berichten waarin de conceptuele theorie van het (versterkte) broeikaseffect wat meer in detail uit de doeken gedaan wordt. De eerste twee berichtne gaan over
straling en CO2 en de
absorptie van infrarode straling. Hieronder uit elk deel een kort stukje. Ik hoop dat er wat meer respons op komt want het was een leuke uitlegpuzzel voor mezelf maar ik wil ook wel graag horen wat anderen er van te zeggen hebben

. Zal ook proberen om zoveel mogelijk eerder werk van o.a. Victor en Alwin erbij te betrekken om zo het plaatje compleet en helder te maken. Vandaar ook graag op- en aanmerkingen!
Uit deel 1:
Het veranderen van de hoeveelheid van een gas op plekken waar uitgaande langgolvige straling vrijelijk de atmosfeer kan verlaten heeft een grotere invloed als er al wat van het gas aanwezig is. De mate van ‘verzadiging’ is ook van belang, het wordt vaak opgemerkt dat methaan (CH
4) krachtiger is dan CO
2, maar dit heeft niet te maken met een of ander intrinsieke eigenschap van het gas maar simpelweg met het feit dat het in lagere concentraties voorkomt en dus nog zijn belangrijkste absorptiebanden moet vullen. Als methaan in hogere concentraties zou voorkomen dan CO
2 zou het omgekeerde waar zijn: CO
2 zou dan op moleculaire basis krachtiger zijn.
Uit deel 2:
Het is bekend dat bij CO2 infrarode straling op een golflengte van 667 cm
-1 (15,00 µm) dergelijke vibraties stimuleert. Broeikasmoleculen zijn in staat om passerende infrarode fotonen te absorberen; de energie van de foton wordt omgezet in een verhoogde vibrerende staat van het molecuul. Zoals eerder al uitgelegd kunnen moleculen op verschillende manieren vibreren, zodat zij infrarode straling op verschillende golflengten kunnen absorberen. Diatomische moleculen hebben bepaalde energieniveaus behorende bij de oscillatie veroorzaakt door het uiteentrekken van de nuclei en het vervolgens weer terugspringen.
Gr. Ben
Quote selectie