Laten we even aanhouden, dat ijs bij iets boven nul graden smelt (in zout water ligt het smeltpunt lager). Op dat moment verandert het volume en dus zeeniveau niet (Archimedes). Maar warmt het water wat verder op, dan vermindert het volume, totdat het 4 graden is geworden. Nog warmer, dan neemt het volume pas echt toe.
Water heeft namelijk de grootste dichtheid (dus kleinste volume) bij 4 graden Celsius.
Als we derhalve enkel het arctische zeeijs beschouwen, zou theoretisch het zeeniveau aan het eind van de zomer wat lager moeten zijn, en aan het eind van de winter (maximale hervriezing) weer wat hoger.
Zeewater - althans, de bekende zoutoplossing - heeft minimaal volume niet bij +4° C maar bij het vriespunt ervan dat tegen -2° C ligt... Maar zee-ijs is practisch zoet, bij bevriezing wordt het meeste zout uitgedreven naar onderen en nog een beetje in 'pockets' in het ijs.
Laat uw zoon er maar de mooie niet-lineaire differentiaalvergelijking voor uitschrijven en ff berekenen
Quote selectie