Hoi Douwe,
Het heeft allemaal te maken met planetaire golven, ook wel Rossbygolven genoemd. Deze zijn o.a. zichtbaar als horizontale slingeringen in de (vaak westelijke) stroming. Typisch heb je enkele slingeringen op een breedtegraad. Het zijn met name de golven met 1 à 2 slingeringen op een breedtegraad (zonaal golfgetal 1 en 2) die de stratosfeer bereiken.
Een groot deel van deze slingeringen is stationair en wordt opgewekt door stroming over bergruggen en hoogvlaktes, met name de Rockies en de Tibetaanse Hoogvlakte.
Stationaire Rossbygolven kunnen zich alleen opwaarts voortplanten in een stroming die gemiddeld over een breedtegraad (zonaalgemiddeld) westelijk is. Wat je nu ziet is dat de zonaalgemiddelde stroming in de stratosfeer wegvalt of zelfs oostelijk wordt!
Golven die van beneden af zo´n zogeheten kritieke laag tegenkomen kunnen niet verder omhoog. Wat er dan gebeurt is dat zo´n golf over zijn eigen benen begint te struikelen: een onomkeerbaar brekingsproces is het gevolg. In principe wordt de lucht hierbij geroerd. Tijdens dit brekingsproces geeft de golf de achtergrondstroming netto een duw naar het westen toe. De zonaalgemiddelde stroming ónder de kritieke laag begint dus ook af te remmen of zelfs westwaarts om te keren. Op deze manier plant de kritieke laag zich naar beneden voort en kan uiteindelijk ook de troposfeer bereikt worden over een periode van enkele weken.
Het brekings- en roerproces is ingewikkeld: uiteindelijk vindt het plaats op een hele kleine schaal: kleiner dan de roosterpuntsafstand waarop de modellen rekenen. Ook is het zo dat de verticale resolutie in de stratosfeer beperkt is, en dat ze de neerwaartse voortplanting van de kritieke laag of lagen niet perfect beschreven wordt.
Al deze dingen dragen bij aan de onzekerheid op de lange termijn en die onzekerheid zie je nu dus terug in de modellen. Dit duidt er m.i. op dat dat brekingsproces ook in de modellen zit, maar dat de details ervan per ensemblelid verschillend zijn, zoals je ook mag verwachten.
Groet,
Alwin
Quote selectie