In het navolgende hebben wij de volgende aannames gemaakt. Kijkend naar de honderd winters van de vorige eeuw, is gesteld dat één op de tien winters ‘streng’ verloopt, maar ook één op de tien winters ‘zeer zacht’. Vervolgens zijn ook één op de tien winters ‘koud’ of ‘zacht’ en van de overgebleven groep van zestig winters zijn er twintig ‘aan de koude kant’, twintig ‘gemiddeld’ en twintig ‘aan de zachte kant’. Met behulp van deze criteria is het karakter van een winter heel behoorlijk te bepalen.
Wel steekhoudende aannames wat mij betreft, had alleen toch liever de laatste 100 gezien dan de 100 van de jaren 1900.
Quote selectie