Hoi Ernest,
bij frontale storingen waar convectie geen enkele rol speelt (op geen enkel niveau) kun je de modeluitvoer vrij aardig volgen.
Bij sterk convectieve systemen, denk ik dat je alles met een grotere korrel zout moet nemen. Draaiende wind aan de grond kan voor organisatie zorgen (MCS, squalline), terwijl bij eenzelfde windrichting losse cellen ontstaan (cfr.21/7/09) maar ook heftig kunnen uitpakken. Er zijn zoveel factoren aanwezig die belangrijk zijn. Hoe groter de onstabiliteit en/of windschering en/of opglijding hoe meer neerslag er kan vallen ondanks de modeluitvoer.
Rven terugkomen op vrijdag a.s.: vanuit het ZW nadert een hoogtestoring met vooral onstabiliteit op hoogte. Vaak worden die systemen onderschat en krijg je traagtrekkende systemen met clustering van buien en kansen op enkele klappen onweer.
Grts
Quote selectie