(Zijsprong) Een aantal gerelateerde vragen en antwoorden

Bericht van: Saskia (Diepenveen)  - moderator - , 26-07-2010 20:09 

Hieronder volgen een aantal vragen die Rikkie (Neerpelt) mij nog had gesteld nav m’n reacties in de Sahel & moesson draad van 22 juni jl. Ik heb geprobeerd om zoveel op te zoeken en ben volgens mij wel een redelijk eind gekomen. NB: sommige kennis kan wel wat gedateerd zijn omdat het op basis van documenten van enige jaren oud is.


* Ik zag in Senegal (september, einde regenseizoen) dat op amper 200km afstand een dorre steppe naar het zuiden toe overging naar gesloten woud. Van 500mm/jaar in Dakar tot 1500mm in de groene Casamance. Waarom is die overgang zo abrupt, bij afwezigheid van bergen of afwijkende zeestromingen...?

Ik weet zo niet direct de verklaring ervoor, maar kan wel 2 verschijnselen aangeven die zeker een grote rol spelen: het scheef staan v/h ITCZ-vlak in dat gebied en de verschillen in beweging v/d ITCZ in dat gebied.

In dit deel van Afrika heb je in DJF (december, januari, februari) de droge tijd, waarbij de NO-passaat waait en droge en stabiele lucht aanvoert vanaf het land en vanuit de Sahara. Vaak wordt er dan ook veel stof en fijn zand met de NO-passaat aangevoerd. Als we een half jaar verder kijken, in JJA, zijn de temps boven het continent hoog opgelopen en is er een thermisch laag ontstaan boven het continent. De ITCZ is hierbij ook geleidelijk noordwaarts verplaatst. Wat er echter in W-Afrika speelt is dat de ITCZ daar nogal helt (naar het zuiden toe), aan de grond komt de ITCZ veel noordelijker dan op hoogte. Als je van de ITCZ naar het zuiden gaat krijg je daarom een steeds dikkere laag vochtige tropische oceaan lucht onder de droge woestijnlucht van de NO-passaat. Je snapt vast wel dat hoe dikker de laag hoe groter de buien kunnen uitgroeien en hoe meer neerslag deze kunnen produceren.
Het andere verschijnsel is dat de noordwaartse progressie van de ITCZ in de (voor)zomerperiode langzaam gaat en ook met horten en stoten (waarbij soms de ITCZ zelfs een tijdje weer terug loopt). In het najaar verloopt het terugtrekken van de ITCZ echter een stuk sneller. Zo komt in het noordelijkste deel van de Sahel de regenperiode pas vrij laat en eindigt deze ook weer snel.
Als je deze twee bij elkaar optelt krijg je dus van zuid naar noord een steeds korter durend regenseizoen en daarbij een steeds dunnere laag waarin convectie op kan treden. Hierdoor heb je een dubbele beperking van de neerslaghoeveelheden. Dit verklaart denk ik al een groot deel van die sterke overgang in dat gebied. Ik denk dat een verdere verklaring dan meer in regionale details gezocht moet worden.



* In de Casamance zelf valt de meeste regen in het westen aan zee, maar oostelijker profiteren ze langer van de ITCZ met dus langere regentijd, hoe komt dat?

Hier heb ik niet zo direct een uitgebreid antwoord op, mogelijk speelt de vorm van de kust een rol. Deze is rond zie ik en daardoor kan er van veel kanten lucht van zee het land opstromen met het daarbij behorende vocht. Er zou dan ook nog eens wat convergentie op kunnen treden waarbij evt buienactiviteit versterkt wordt. Let wel dit is even speculeren van mijn kant, ik heb er nog geen echte wetenschappelijke verklaringen voor kunnen vinden.
Iets anders wat ook een rol speelt is dat hoe dieper landinwaarts je komt hoe langer de lucht onderweg is en dat er ondertussen al het nodige vocht is uitgeregend. Dat verschijnsel wordt in dit rapport als verklaring aangegeven voor de landinwaarts afnemende neerslaghoeveelheden.
Gedurende januari-april loopt er wel een koude zeestroom voor de kust, maar dit valt dan weer grotendeels in de droge tijd. Het zou me niet verbazen als de NO-passaat juist de veroorzaker is van het opwellen van kouder zeewater voor de kust (door het wegblazen van het water van de kust af).



* Laatste vraag over tropische klimaten: waarom zijn de zuidelijke Antillen (plus schiereiland La Guajira) erg dor, en de rest van deze regio groen, ongeacht het reliëf?

Er is geen moessoncirculatie in dit gebied, door de zee die er overal aanwezig is is er weinig variatie in temps (en ontstaat er in de zomer dus ook geen thermisch laag zoals boven land). In het hele gebied is de noordoostpassaat het belangrijkste weersverschijnsel, met daarnaast nog het voorkomen van easterly waves en van tropische stormen en orkanen als bronnen van veel neerslag (maar die komen niet overal tegelijk voor en slechts in een bepaalde tijd van het jaar). Vanwege de noordoostpassaat zul je ook zien dat de noord- en oostkanten van eilanden en bergen het natste zijn.
In de NH-winterperiode kunnen ook koude luchtmassa’s van N-Amerika die naar het zuiden stromen en deze kunnen dan ook veel neerslag genereren in het noordelijke deel van de Caraïben (koude lucht over warmer zeewater genereert natuurlijk buien).

In het uiterste zuiden (Antillen en kusten Venezuela/Colombia) zijn de passaatwinden hier meer oostelijk geworden en waaien ze evenwijdig aan de kust. Door verschil in wrijving boven land en zee ontstaan er gebieden met divergentie (voor de kust), deze divergentie zorgt voor subsidentie en deze subsidentie onderdrukt natuurlijk convectie. Daarnaast komt er ook opwelling van kouder zeewater voor in deze gebieden, wat ook voor minder vocht in de lucht en dus ook neerslag zorgt. Zie ook dit Meteorologica-artikel. Daarnaast wordt ook nog de invloed van het Azorenhoog genoemd, met name in NH-winterhalfjaar, als het hoog wat zuidelijker ligt, dan zijn ook de passaat winden sterker. De verschillende effecten lijken allemaal samen te werken, er is er iig niet één die echt duidelijk er bovenuit springt. Verder is er trouwens weinig (recente) info online te vinden over het klimaat in dit gebied.
Bericht laatst bijgewerkt: 26-07-2010 21:47

Sahel en moesson   ( 492)
Saskia (Diepenveen) ( 5m) -- 26-07-2010 21:45
(Zijsprong) Een aantal gerelateerde vragen en antwoorden   ( 277)
Saskia (Diepenveen) ( 5m) -- 26-07-2010 20:09
Re : (Zijsprong) Een aantal gerelateerde vragen en antwoorde   ( 213)
Dirk (Utrecht-West) -- 27-07-2010 08:39
Dank je 🙂   ( 168)
Rikkie Neerpelt -- 28-07-2010 23:02