Voor het 'inversie-weer' wat jij noemt heb je in onze buurt een hogedrukgebied nodig met daarin een sterke subsidentie-inversie (inversie die ontstaat door het aanwarmen van dalende lucht in het hogedrukgebied) en onderin wat vochtige lucht. Als er in die vochtige lucht bewolking ontstaat smeert ie uit tegen de onderkant van de inversie. Meestal zijn het dan grote velden stratocumulus, die vaak ook vanaf zee/kustgebieden worden aangevoerd (bijv Noordzee of de Oostzee).
Waar we nu in zitten is gewoon in een lagedrukgebiedje. Vannacht was het landinwaarts nagenoeg onbewolkt (in de westelijke helft trokken wel steeds buien vanaf de Noordzee over) en is het stevig afgekoeld en is er mist ontstaan. Gedurende de ochtend is deze mist overgegaan in laaghangende bewolking. Deze wordt nu langzamerhand vanuit het ZO aangevreten en de bewolking gaat daar over van een plak stratus naar losse cumulus-wolken. De zon is het iig nog niet gelukt om er overal doorheen te branden, daaraan merk je ook dat we in het najaar terecht komen. Het duurt langer voordat lage bewolking of mist weggebrand wordt.
Hierbij twee kaartjes met waarnemingen en twee satbeelden erbij ter illlustratie.
Quote selectie