Stel, je zit op 3000 meter, de temperatuur is -30°C en de luchtdruk die je meet is 696 hPa. Met een temperatuurverval van 6,5°C/km (natadiabatisch in gematigde breedten) is de luchtdruk op zeeniveau 1080,0 hPa. Maar de lucht is over een diepe laag heel koud en stabiel, het temperatuurverval is daardoor heel anders.
Dat blijkt heel goed uit sonderingen die worden opgelaten midden op Antarctica (eveneens hooggelegen). Je ziet dat, afgezien van de dunne grenslaag waarin turbulente menging een minime rol speelt, de temperatuur over een aanzienlijke laag maar langzaam daalt. In de onderste laag is hij zelfs stabiel of neemt iets toe met hoogte, voordat hij weer gaat dalen. Dit is de dikke, koude en stabiele luchtlaag boven het ijsplateau.
Als je nu de stationsdruk wilt gaan herleiden naar zeeniveau, moet je veronderstellen dat die koude luchtmassa eveneens tot zeeniveau reikt. De 'virtuele' lucht onder het station, die je veronderstelt bij het herleiden, zal immers zeker niet subtropisch zijn. Bij een temperatuurverval van 3°C/km komt de herleide luchtdruk op zeeniveau, met de gegevens uit het eerdere voorbeeld, op 1069 hPa in plaats van 1080 hPa uit.
Gr. Ben
Quote selectie