Een luchtdrukverstoring alléén kan de gisteren waargenomen opstuwing van water niet verklaren. Het effect van lagere luchtdruk op een waterkolom is eenvoudig uit te rekenen en het komt neer op ongeveer 1 cm waterverhoging per hPa luchtdrukverschil. De atmosferische verstoringen zijn meestal zwaartekrachtsgolven of squallines en typische luchtdrukverschillen zijn respectievelijk ~1 en ~5 hPa. Dit zou slechts leiden tot een waterverhoging van ~1 cm voor zwaartekrachtsgolven en ~5 cm voor squallines. Overigens oefent ook de wind een kracht uit op het water, en ook deze kan hebben bijgedragen aan de waterverhoging, maar ook dit effect zal niet meer dan enkele centimeters bedragen.
Wat essentieel is voor het ontstaan van seiches en meteotsunami's is een fenomeen wat deze opstuwing heel sterk kan uitvergroten. Dit fenomeen blijkt voor te komen in de vorm van verschillende types resonantie.
Voor meteotsunami's zijn er twee belangrijke resonanties. De eerste die ik wil bespreken is de zogenaamde 'Proudman resonantie'. Er is sprake van Proudman resonantie wanneer de atmosferische verstoring beweegt met dezelfde snelheid als de golfsnelheid van het water onder deze verstoring. In ondiep water bedraagt de golfsnelheid de wortel uit de zwaartekracht maal de diepte van het water. Wanneer het verschijnsel zich voordoet langs de kust - zoals gisteren het geval was - dient men de lokale golfsnelheid te vergelijken met de component van de snelheid van de atmosferische verstoring parallel aan de kustlijn. Doordat de atmosferische verstoring nét iets voorloopt op de watergolf er achter, wordt de voorkant van de golf continu iets omhoog getild. De atmosfeer pompt als het ware gedurende langere tijd energie in deze golf. Een grove schatting voor de mate van versterking is om de lengte waarover resonantie werkt te delen door de 'golflengte' van de atmosferische verstoring en dit te delen door twee. Een versterking met een factor 10 is niet uitzonderlijk. Dit vermenigvuldigd met de 5 cm brengt ons aardig in de buurt van de waargenomen waterstijgingen.
Groeten,
Bas
Ik heb wel een vraag.
Jij spreekt van meteorologische verstoring. Ik kan er uit opmaken dat je de wind als onbelangrijke factor beschouwt
Met de natte vinger kom ik op 2 zaken, die je overigens ook noemt.
(De derde, de zwaartekrachtsgolven zijn nieuw voor mij)
1. Verstoring in het drukveld; snelle luchtdrukveranderingen
2. De wind
Je becijfert dat je met de factor 10 voor de resonantie op ongeveer 50 cm komt en zegt er bij dat de wind weinig invloed heeft. We missen dan nog een factor 3! Er was sprake van stijging van 1,5 meter in een paar minuten.
Hoe ben je er zo zeker van dat de wind weinig invloed heeft? Is het mogelijk dat de winddraaiing een verandering teweeg brengt in de opstuwing van het water in de richting van de kust, en dat deze opstuwing ook aan de door jouw genoemde resonantie onderhevig is.
Ik heb geen gegevens over de windrichting en -sterkte en de verandering daarin. In ieder geval is de wind geruimd; de component in de richting van de kust moet daarbij groter geworden zijn.
Is daar nog iets over te zeggen in verband met deze meteotsunami?
groet,
Cees
Quote selectie