Daarom begrijp ik niet waarom de zon die diepvrieskoude bovenluchten niet geleidelijk doet opwarmen. Waarom de zon hardnekkige stratus niet meteen wegbrandt. En vooral, waarom op zeeniveau, zelfs door de wolken heen, de zon de temperatuur niet meteen tot zomerse waarden doet klimmen. Zelfs met een stevige noordwester vanover de Noordzee.
Graag zou ik de vraag ook eens omkeren: wat zou er gebeuren, indien Havana of Bangkok, hypothetisch een 850 hP van nul en een 500 hP van -20°C zouden krijgen? Wellicht heel veel onweer, maar zou het ook zo koud worden aan de grond?
Niet dat ik meteorologie gestudeerd heb, maar het lijkt me logisch dat op de gematigde en polaire breedtes in het voorjaar de zeeën nog "ijs"koud zijn en er nog veel sneeuwbedekking is. Het verwarmen van zeewater en smelten van arctisch zeeijs is een heel traag proces. De bovenluchten zullen hierboven dan ook niet of nauwelijks opwarmen. Boven land wel, maar daardoor ontstaan weer drukverschillen waardoor vooral de zeeklimaten vaak maritieme aanvoer krijgen met dus koude bovenluchten.
Havana een T850 van 0 C? Havana ligt aan een warme zee, dus het zal toch gauw richting 20C gaan waarbij de bovenlucht snel mee opwarmt, vanwege de enorme warmtecapaciteit van het grote omringende zeeoppervlak.
Er is ook een winterse situatie die ik niet begrijp: als in pakweg december vochtige oceaanlucht boven onze streken tot stilstand komt (= er is geen nieuwe aanvoer vanover zee) dan blijft het weertype zacht. Ook al is de zonkracht dan vrijwel nihil. Waarom speelt het stratusdek die warmte niet meteen kwijt door uitstraling? Winterse kou komt bijna altijd door transport, enkel het wegvallen van aanvoer over zee volstaat niet.
Heeft dit ook niet vaak met subsidentie te maken? In de winter hebben we vaak te maken met warme hogedrukgebieden boven het continent. Dalende luchtbewegingen dus, wat voor opwarming van de lucht zorgt en tegelijk het stratusdek op de inversielaag in stand houdt.
Quote selectie