Je zou er eigenlijk een plaatje bij moeten hebben, dat is het meteen duidelijk!
Kort gezegd komt het er op neer dat op de lucht tussen hoge en lage druk 2 krachten werken. De ene is de luchtdrukgradiëntkracht, die is naar de lage druk gericht en komt door het drukverschil. Die kracht is alleen afhankelijk van dat drukverschil. De tweede kracht is de corioliskracht, en die onstaat door de draaiing van de aarde. Die kracht is afhankelijk van de windsnelheid. De corioliskracht is op het Noordelijk Halfrond altijd naar rechts gericht (gezien vanuit de bewegingsrichting van de lucht).
Normaal houden die 2 elkaar precies in evenwicht, en waait de wind evenwijdig aan de isobaren, en is er ook geen opvulling van een lagedrukgebied. Als de lucht iets afremt, bijvoorbeeld door ruw oppervlak, wordt de corioliskracht iets kleiner (want kleinere windsnelheid). De gradiëntkracht verandert natuurlijk niet, en daardoor waait de wind iets naar de lage druk toe. Daardoor krimpt de wind iets als ze van de zee op het land komt, en daardoor raken lagedrukgebieden na verloop van tijd (van onderaf) opgevuld.
Klopt dit, iemand commentaar?
Quote selectie