Lockwood heeft het over de laatste paar honderd jaar, waar we (direct en indirect) gegevens hebben over zonneactiviteit en directe metingen van temperatuur.
De grafiek van jou is een door 'Tamino' (http://tamino.wordpress.com/2013/03/23/regional-marcott/) bewerkte, bij zijn derde bespreking van Marcott et al. over een klimaatreconstructie van de laatste 11300 jaar. De door Marcott gebruikte proxies eindigen rond 1950 en hebben een resolutie van zo'n 100 jaar.
Dank je voor je link. Hierin wordt goed uitgelegd hoe het laatste deel van de temperatuurgrafiek geïnterpreteerd moet worden.
I conclude that the drop-rise is an artifact of proxy drop-out, but the agreement between the methods for most of the time span argues for correctness during earlier times.
Voor het overige wordt bevestigd dat de globale veranderingen in de temperatuur voornamelijk door het noordelijk halfrond ten noorden van de kreeftskeerkring bepaald worden.
[Quote]The interesting and useful result is that over the course of the holocene, the northern extraropics shows so much more temperature change than the globe as a whole. Whereas the global temperature covers a range of about 0.7 deg.C, the northern region changes by more than twice that, a bit over 1.5 deg.C. This suggests that perhaps the bulk of global temperature change over the last 11,300 years has been in the northern hemisphere extratropics.
De grote landmassa en de gevoeligheid van de Noordelijke IJszee voor temperatuurveranderingen zouden naar mijn mening hierbij een rol kunnen spelen.
Tot slot de afgeleide temperatuurcurve voor de hele globe, sinds het einde van het Weichselien. Duidelijk kan hierin de Kleine IJstijd herkend worden.
Quote selectie