In alle verhalen over de grote winters van vroeger, worden de mindere goden wel eens vergeten.
Zo kwam ik er vanochtend achter, dat in 1954 gedurende een langere periode ijs heeft gelegen dan in 1956.
Op de KNMI-site vind je onderstaand grafiekje voor de ijsbedekking in Friesland.
Ik lees af :
1954 : +/- 24-1 tot 12-3
1956 : +/- 28-1 tot 8-3
Dit aflezen is vrij grof; duidelijk is wel te zien, dat er verschil was.
De winter van 1954 is een mooie schaatswinter geweest, met elfstedentocht. De impact van deze winter was lang niet zo groot als die van 56. In de vorstperiode van 54 zaten 113 Hellmannpunten, in die van 56 waren dat er 211.
Waardoor dan toch die langere ijsbedekking in 54? Ik kom in mijn schatting (uitsluitend op temperaturen gebaseerd) voor 56 op een veel langere periode, nl tot ongeveer 20 à 22 maart. Dit is misschien uit twee oorzaken te verklaren :
1. De grote hoeveelheid sneeuw van 56 remde de ijsaangroei af.
2. De dooi in 1956 ging mogelijk met meer wind gepaard.
Groet,
Cees
Quote selectie