[...]
Goed, er zit dus een extra effect in waardoor een zoete bovenlaag makkelijker bevriest. Dat wist ik niet (allemaal). Maar het verklaart niet goed wat we hier zien. Komt het zoete smeltwater van de ijskap dan helemaal tot de buitenste rand van het zeeijs? En dat in de zuidelijke winter? Er zal toch wel interactie zijn als het onder het zeeijs doorstroomt. Bijvoorbeeld door er aan vast te vriezen.
Momenteel is er een grote anomalie. Als anomalie geen record, maar wel vindt het plaats tijdens de maximale uitbreiding van het zeeijs. Dat maakt het extra opvallend.
En daarbij dus de lage temperaturen in de hele gordel rond het zeeijs. Rond het noordpoolgebied zien we een afwisseling van positieve en negatieve anomalie, in het zuidpoolgebied alleen een negatieve anomalie.
Ik weet ook niet of dat een volledige verklaring is, het was meer een aanvulling op het zoet/zout verhaal (dat staat ook op de website van
het NSIDC). Het is mij nog altijd niet helemaal duidelijk hoe het zit met dat zeeijs daar in het zuiden. Een dik jaar geleden werden er bijvoorbeeld twee papers gepubliceerd met beide een andere verklaring.
Het KNMI kwam met de verklaring dat smeltwater zorgt voor een dun en zoeter laagje water aan het oppervlak. Zie:
Toename Antarctisch zeeijs juist gevolg opwarming
en:
Important role for ocean warming and increased ice-shelf melt in Antarctic sea-ice expansion
Maar een andere studie kwam met een verklaring in de verandering van de windsnelheid rondom Antarctica.
Zie:
Stronger winds may explain puzzling growth of sea ice in Antarctica, model shows
en:
Modeling the Impact of Wind Intensification on Antarctic Sea Ice Volume
Het draadje op WW daarover:
klik
Het recente IPCC rapport is erg terughoudend met conclusies vind ik. Er wordt vooral gehint richting de veranderde wind/stroming, het verhaal van het KNMI komt er niet in terug (voor zover ik zie).
Over the same 34-year satellite record, the annual extent of sea ice in the Antarctic increased at about 1.5% per decade. However, there are regional differences in trends, with decreases seen in the Bellingshausen and Amundsen seas, but a larger increase in sea ice extent in the Ross Sea that dominates the overall trend. Whether the smaller overall increase in Antarctic sea ice extent is meaningful as an indicator of climate is uncertain because the extent varies so much from year to year and from place to place around the continent. Results from a recent study suggest that these contrasting trends in ice coverage may be due to trends in regional wind speed and patterns. Without better ice thickness and ice volume estimates, it is difficult to characterize how Antarctic sea ice cover is responding to changing climate, or which climate parameters are most influential.
There are large differences in the physical environment and processes that affect the state of Arctic and Antarctic sea ice cover and contribute to their dissimilar responses to climate change. The long, and unbroken, record of satellite observations have provided a clear picture of the decline of the Arctic sea ice cover, but available evidence precludes us from making robust statements about overall changes in Antarctic sea ice and their causes.
Pagina 333 en 334 van
Climate Change 2013: The Physical Science Basis
Op pagina 334 staat ook een mooi plaatje van de ijs-stroming, daar zie je dat er veel transport naar het noorden plaatsvind. Nieuw zeeijs hoeft zich dus niet persé aan de rand te vormen, dat kan daar ook naartoe stromen waarbij het nieuwe ijs zich veel dichter aan de kust vormt.
[...]
Heb je gelijk in, ik citeerde ook maar. Asley had het vervolgens over het zeeijs, niet over de ijskap.
Maakt ook niet zoveel uit, hier op WW zal iedereen wel snappen wat er bedoeld wordt. Maar in de grote boze wereld moet je in dit soort discussies altijd erg opletten, dan is het wel handig om het onderscheidt scherp te hebben. Vandaar mijn toevoeging.
Quote selectie