Komt er eindelijk weer een schaatswinter? Volgens de statistieken groeit die kans. Het aantal zonnevlekken daalt namelijk weer. In de vorige eeuw is frappant vaak een Elfstedentocht gehouden als het aantal zonnevlekken afnam. Dat stelt amateur-weerkundige dr. M. Bakker uit Almere. Met een grafiek wijst hij op het verband dat er lijkt te zijn tussen jaren mer weinig zonnevlekken en strenge winters.
Het is een bekend verschijnsel dat de zon een cyclus heeft van 11 jaar. In die periode gaat de activiteit op en neer. Vorige eeuw zijn trouw tellingen gedaan naar het aantal zonnevlekken. Dat zijn donkere plekken op de zon, waarin sterke magnetiche activiteit heerst.
De zonnevlekken hangen samen met koelere plekken op de zon. Hun aantal is een maat voor de activiteit van de zon: hoe meer er te zien zijn, hoe actiever de zon is.
Bakker:"Er wordt allang onderzoek verricht naar de relatie tussen de golfbeweging in de zonne-activiteit en het klimaat op aarde. Zeker voor het variabel Nederlandse zeeklimaat is het erg lastig om de invloed van de zonne-activiteit vast te stellen. Nietemin zie het opvallende verschijnsel dat vrijwel alle Elfstedentochten zijn gehouden in jaren met weinig zonne-activiteit." Ook jaren met strenge winters waarin de tocht "net niet"kon worden gehouden, vilen in een periode met lage zonne-activiteit. Bakker: "Zo had de Friese organisatie in 1979 veel problemen met sneeuw en ijzel, en in 1996 ging de tocht niet door wegens windwakken. En een onoplettend bestuur." De zonne-activiteit is nu opnieuw gedaald en tot onder de grens van vijftig vlekken gedoken. De komende drie jaar blijft dat naar verwachting ook zo. Als het patroon van de vorige week zich herhaalt, biedt dat de komende winters hoop voor de schaatsliefhebbers.
Maar op korte termijn ziet een Elfstedentocht er nog niet in. Dit weekeinde verwacht het KNMI wel nachtvorst, maar volgende week zullen westenwinden weer zachte lucht aanvoeren.
Bron: BN/De Stem van 04-12-2004
Inderdaad is het opvallend dat het rond een zonnevlekkenminimum vaak tot koudere winters komt. De strenge winter van 1963 viel met zo'n minimum samen bijvoorbeeld, maar óók het cluster van koude winters medio jaren '80 (1985, 1986 en 1987), alsmede de moderne koude winters van 1996 en 1997.
In groter verband is bekend dat de Kleine IJstijd zich voordeed tijdens een structureel zonnevlekkenminimum, het zgn Maunder Minimum.
Toch valt op bovenstaande uiteenzetting wel iets af te dingen. In de 20e eeuw vielen de koude-strenge winters van 1917, 1929, 1947 én ook 1956 en 1979 juist in een periode rond het zonnevlekkenmaximum. Dus hoe in het artikel dan 1947 en 1979 in verband worden gebracht met weinig zonnevlekken, begrijp ik niet goed. In 1980 was er sprake van een zonnevlekkenmaximum met véél vlekken. Daarentegen bracht het zonnevlekkenminimum van 1975/1976 ons wel spraakmakende droge warme zomers, maar géén strenge winter.
Terwijl er in de periode van de Kleine IJstijd structureel weinig zonnevlekken waren en een afkoeling met koele zomers en strenge winters van kracht was geworden, beleven wij in onze dagen juist een structureel zonnevlekkenmaximum. Er zijn tegenwoordig juist véél zonnevlekken en de zonnevlekkenmaxima boeken soms record-aantallen. Tegelijkertijd kampen we met een opwarming van het klimaat. Sommigen schrijven het momentane van God los raken van ons klimaat dan ook mede toe aan het afwijkende zonnevlekkenregime.
Intussen moet opgemerkt worden, dat in de periode van de Kleine IJstijd er dus naast de veelvuldige strenge winters juist ook zéér zachte winters voorkwamen. Het wijst op toegenomen meridionalisering van de luchtdrukpatronen. Wie weet maken we daar nu de pendant van mee en mogen we dus naast het toegenomen aantal zeer zachte winters rekening houden met zeldzame strenge winters die dan meteen goed koud zouden kunnen worden. Misschien vormden de winters van 1996 en 1997 wat dit betreft wel een voorschouw, wie zal het zeggen. Ik heb mijzelf altijd verbaasd over de kortste keren waarin er in 1997 sprake was van Elfstedenklaar ijs. Net zoals ik mij verwonderde over de performance van een koudegolf in november 1993. Het gemak waarmee die tot stand leek te komen en het maar dóór blijven gaan die 2e helft van november 1993. Indrukwekkend.
Quote selectie