Het antwoord B is lastig te onderzoeken. Wanneer neemt de invloed van de golfstroom toe? Als er meer wind uit W/ZW/NW voorkomt en je niet weet of de golfstroom minstens even sterk blijft, mag je niet zomaar zeggen dat de invloed toeneemt. Of de golfstroom niet zwakker wordt zal lastig te onderzoeken zijn (meet je de stroming aan het oppervlak, vertoont de trend op honderd meter diepte diezelfde trend?). Verder zullen veranderingen in de golfstroom niet even over een paar jaar gaan, maar om er iets over te kunnen zeggen moet je al snel over meer dan 100 jaar kijken. Mij lijkt B dus heel lastig om te concluderen uit wetenschappelijk onderzoek.
Voor C is 1. een trend in bedekkingsgraad (zoals Ben aangeeft, goed punt) nodig. 2. Er is een algemene bewering dat bij toenemende verdamping meer wolken ontstaan. Dat is niet altijd zo (in de zomer is er veel verdamping, toch ontstaan er vaak minder wolken dan in de winter met minder verdamping) en dus klopt C ook om die reden niet (dat is wat ik zou zeggen).
A is wel te onderzoeken als je de dertigjarige gemiddeldes in W/O stromingen bekijkt bijvoorbeeld en daarbij het verband met de temperatuur.
Conclusie: de redenering in B en in C is slordig (maar niet gek) en slecht te onderzoeken. A is goed te onderzoeken en zou dus een verband moeten opleveren. Dus lijkt mij A inderdaad goed.
Ik denk dat men bij het opzetten van zo'n quiz (omdat de vragen moeilijk moeten zijn voor een wetenschapsquiz) expres dat soort antwoorden neerzet die niet gek beredeneerd lijken, maar pas als je goed kijkt zie je er één die controleerbaar/weerlegbaar is en helemaal klopt of niet.
B leek mij ook te slordig geformuleerd. Wat is precies "invloed van de Golfstroom"? Hoe ga je dat na?
C is duidelijker en te onderzoeken aan de hand van de gemiddelde bedekkingsgraad . Maar met jouw redenering ben ik het eens: dit kan niet de oplossing zijn.
Groet,
Cees
Quote selectie