Ik ga dus zoals in het startbericht gesteld op m'n eerste ingeving af, dus de onderstaande beredenaties zijn gedaan zonder nazoekwerk, dus gewoon op aanwezige (parate) kennis.
Mijn eerste ingeving was antwoord A. Immers de klassieke koudeperiodes kennen we met een hogedrukgebied ten noorden van ons en met oostelijke aanvoer (evt met een kleine NO-component). We weten iig dat de brongebied ook opwarmen, sterker nog de gebieden verder naar het noorden warmen sneller op (door onder andere de feedbacks in het klimaatsysteem). En als ik het goed heb zouden de hoeveelheid westenwinden ook toegenomen moeten zijn, hoewel dat natuurlijk niet meteen een bewijs is voor het afnemen van de hoeveelheid oosten winden.
Hoewel er ook wel iets in antwoord C zit. Immers in een warmer wordende atmosfeer kan zich ook meer waterdamp ophouden, en ook waterdamp en wolken werken als een deken tav IR-straling.
Antwoord B lijkt me iig wel te vergezocht.
Hoe dan ook: ik ben wel benieuwd naar het uiteindelijk antwoord volgens de makers van de Wetenschapsquiz en de uitleg.
Quote selectie