Voor het betere overzicht plaats ik de lijnen van de AO/NAO voor het oude en nieuwe klimaat in één grafiek. Oud: 1950-1987; nieuw: 1988-2015
De AO en NAO zijn eensgezind in de positieve trend van de winter. De verschillen in de zomer zijn niet noemenswaard. De vreemde dip in de herfst is een maand vervroegd (zie AO), van eind november naar eind oktober.
De opwarmende trend van het klimaat komt in een versnelling vanaf 1988. Om dat te duiden beroep ik mij op
http://www.historicalclimatology.com/reconstructions.html, de website van Dogomar Degroot.
Deze versnelling valt samen met piek van AO/NAO, omstreeks 1990.
Vanaf 1990 is vooral het winterweer anders. Blokkades komen veel minder voor, het voor het winterweer zo kenmerkende arctische hoog laat het afweten.
Gesteld wordt vaak dat we in het nieuwe klimaat hogere temperaturen hebben, onafhankelijk van de drukverdeling. Deze studie laat zien dat dat niet zonder meer waar is. Het nieuwe klimaat kent niet alleen warmer weer, maar ook een nieuwe drukverdeling. Blokkades in de winter zijn veel zeldzamer, de lente zet ook vroeger in.
Geblokkeerd weer in de winter komt veel minder voor, maar levert als aan alle voorwaarden zijn voldaan nog steeds significant winterweer op.
Kijken we in detail naar een paar koude winters sinds 1988, om dat te toetsen: die van 2010 bracht veel blokkades (met een zeer lage AO en NAO), maar de preferente ligging boven Groenland voorkwam extreem lage temperaturen. Wat overbleef was bijzonder veel sneeuwval.
1996, 1997, en 2012 en meer nog 2013 lieten zien dat het nog steeds zeer koud kan worden in de winter, als de synopsis meewerkt. 10 maart tot 10 april 2013 kan wedijveren met de legendarische nawinter van 1845, ruim 150 jaar eerder.
Wat was er eerst? De opwarming of de verandering van de (winter)circulatie? Het is verleidelijk voor een verklaring terug te vallen op het kip-en-ei-principe, maar tegelijk moet geconstateerd worden dat de globale opwarming (zij het minder extreem) al bezig was voor 1988. Het is goed mogelijk dat de 1990 hausse en de daarop aansluitende circulatieveranderingen daardoor getriggerd zijn geweest. Aan de andere kant: de opwaartse trend van AO en NAO is wel minder uitgesproken geweest, na de aanvankelijke piek, ondanks de doorzettende globale opwarming.
Tenslotte wil ik er wijzen op de impact van de veranderingen op het ijs op de Noordpool (zie
http://arctic.atmos.uiuc.edu/cryosphere/IMAGES/seaice.anomaly.arctic.png). Vanaf 1990 begint dat af te nemen, eerst nog heel licht, daarna steeds sterker. De in de grafieken getoonde ontwikkelingen van de NAO, maar vooral de AO werken bijzonder slecht uit voor het klimaat op de Noordpool. Meer zacht weer in de winter is belastend voor de aangroei en maakt het ijs gevoeliger voor dooi in de zomer.
Quote selectie