Die hadden ook een voor winterse begrippen redelijke bliksemactiviteit.
Zoals in mijn eerdere bericht aangegeven, moet je rekening houden met verstoring van het lokale windveld door buien, wanneer je mesocyclonen identificeert. Dat speelt vooral als je kijkt naar een gebied waarin de radar in dezelfde richting scant als de windrichting. In onderstaande animatie is dat deels het geval, vooral in de tweede helft van de animatie.
Aangezien het centrum van de ogenschijnlijke rotatie op in ieder geval onderstaand radarbeeld overeenkomt met de locatie van de buientop (zuidwestelijke cel), en aangezien de cel in de reflectiviteit wat supercellkenmerken vertoont (zoals iets wat lijkt op een flanking line), vermoed ik dat het hier wel om een mesocycloon gaat. Bij een ogenschijnlijk couplet als gevolg van het bovengenoemde effect zou ik het centrum van de rotatie meer aan de flank van de stijgstroom (en daarmee buientop op grotere hoogte) verwachten, omdat ik het snelheidsminimum dan in de stijgstroom verwacht, en het maximum aan de flank ervan.
Een extra reden om te vermoeden dat het om daadwerkelijke rotatie gaat is dat het couplet ook al om 06:15Z zichtbaar is, een tijdstip waarop de hoek tussen de azimuth waarop het couplet zich bevindt en de richting waarin de wind waait zo'n 45 graden is, zodat bovengenoemd effect dus wat minder sterk is (maar nog altijd cos(45°), dus zo'n 70%). Dat is het eerste tijdstip waarop het couplet goed zichtbaar is, en het valt net voor een duidelijke intensivering van de neerslagecho's, wat een extra vermoeden geeft dat het om een mesocycloon gaat (die meestal bij een relatief sterke stijgstroom hoort).
Ik blijf het echter moeilijk vinden om het onderscheid te maken tussen ogenschijnlijke rotatie vanwege bovengenoemd effect, en daadwerkelijke rotatie.


