Die zomer was ik 19 jaar, ik herinner mij het zwemmen in mei, in Loosdrecht, Amsterdams drinkwater, toen al ongehoord warm in mei. De dagelijkse weerberichten van Pelleboer, en Hans de Jong. De glazen fronten, het steeds maar weer doorschuiven van de omslag die niet kwam, de verwachtingshorizon was niet verder dan 3 dagen vooruit.
Bermbranden van vonken door treinen, kromtrekkende spoorstaven, natuurbranden, de oogsten die in gevaar kwamen, maar ook de stranden vol met badgasten. Nederland deed de kleren uit, temidden van zoveel mislukte zomers.
Af en toe kwam ik nog bij mijn ouders die 3 hoog woonden op de Buys Ballotstraat in Utrecht, jawel Buys Ballot. De zon scheen pal op hun verdieping (3e etage) vanaf 13.00 uur. De thermometer wees regelmatig 31 graden aan 's avonds bij hun in huis en het koelde niet veel af. Mijn ouders hadden het er maar moeilijk mee terwijl ik nergens last van had en me er over verwonderde dat dit allemaal mogelijk was.
Er kwamen tropenroosters voor werkende mensen, ik had toen een schoonmaakbaan en moest zowiezo om 5 uur op, het was om zes uur vaak al 20 graden en meer, echt heel uitzonderlijk. Soms was ik een hele dag in een gekoeld gebouw bezig geweest en kwam dan om half 4 in de middag naar buiten, sensationeel die warmte die je dan voelde.
Toen kwam er elke dag een item op het journaal over de zomer en het weer. Er leek geen einde aan te komen.
Ergens temidden van de droogte had het een keer geregend, ik ging toen op mijn snufferd met mijn fiets door gladheid van rubber en olie op de weg. Weer wat geleerd.
Quote selectie