'Kansen bestaan dat het vooral in het zuidoosten gewoon zomers warm blijft volgende week. Toch opvallend dat de soep steeds 'warmer' en zonniger wordt gegeten dan die wordt opgediend. Is wel een signaal van een goede zomer. De Postma doctrine kan ook in het zomerhalfjaar worden toegepast is de ervaring.'
Het bovenstaande schrijft Wim in een draadje hieronder. Ik moet hier nu wel op reageren, want die Postma doctrine is wel zo ongeveer de meest misbruikte (lees: verkeerd) gebruikte weerkundige wetmatigheid.
Postma was een zeer deskundig meteoroloog die wist waar hij het over had. Maar hij zei dus NIET (om het wintervoorbeeld te nemen) "In een koude winter pakken alle verwachte oplossingen kouder uit dan je verwacht." Of een winter koud is verlopen, kan je pas zeggen als die winter voorbij is. En dan is het logisch dat 'de oplossingen' koud uitpakte. Je zou net zo goed kunnen zeggen dat je in een sterk buiige zomer vaak je regenmeter moet legen.
Het is dus fout om te zeggen als een seizoen net is begonnen, dat de doctrine opgaat. Een winter als in 2012 zou dan onmogelijk zijn. Die winter was namelijk extreem zacht en vorstarm, met uitzondering van de twee weken die eind januari begonnen, want die twee weken waren juist extreem koud.
Wat bedoelde Postma dan wél? Het antwoord kunnen we vinden als we de weerkaarten doorbladeren van de winter van 1963. Op heel wat dagen tijdens de vele koude dagen die die winter kende, zagen we een luchtdrukpatroon waarbij, als je niet weet van wanneer die kaart is, je je zou afvragen of het überhaupt wel vroor! Dáár zit de crux en dat is wat Postma bedoelde. Als er een bulderende westcirculatie de kop op steekt, dan zal het zacht worden, hoe hard het daarvoor ook vroor. Aan de andere kant zal het in januari flink gaan vriezen als er een hogedrukgebied gunstig gaat liggen, zodat met een bulderende noordooster lucht vanuit Nova Zembla naar onze streken wordt gevoerd, hoe zacht het daarvoor ook is geweest.
Nee, het gaat hier om de neutrale 'geen vlees en geen vis' weerkaarten. Tijdens een vorstperiode, als Europa is ondergedompeld in kou, zal het met zo'n 'neutrale' kaart bij ons wellicht blijven vriezen.
Maar, hebben we dezelfde neutrale weerkaart na een zachte periode, waarbij het vrijwel nergens vriest, dan zal bij ons, als die weerkaart bewaarheid wordt, de vorst heus niet gaan invallen.
En dát bedoelde Postma: "Bij een 'neutrale' weerkaart zal het bij een koude voorgeschiedenis, kouder blijven dan je op basis van die weerkaart zou verwachten, maar bij een warme voorgeschiedenis zal het bij diezelfde weerkaart zachter blijven dan je op basis van die weerkaart zou verwachten."
Zie hieronder een voorbeeld: de weerkaart van 13 januari 1963, 13 uur lokale tijd. Zou je, als je alleen deze kaart zou zien, een flinke vorstperiode verwachten? De gemiddelde etmaaltemperatuur op die dag was in De Bilt -8,0 graden, bij een maximum van -2,7 graden. De drie dagen daarna bleef het 's nachts in De Bilt matig vriezen, waardoor, ondanks een lichte dooi in de middag, de gemiddelde etmaaltemperatuur ruim onder nul bleef. In de loop van 16 januari verscherpte de kou en op 17 januari was het maximum -7,1 graden...
Wat zou, bij deze getoonde kaart de temperatuur zijn na een vorstloze periode? Vermoedelijk een 4 á 5-tal graden boven nul, zo niet meer. En dat is dus precies wat Postma bedoelde!
(De getoonde kaart is een re-analyse van NOAA, zoals getoond op Wetterzentrale).