Op de site van het KNMI staat nog steeds te lezen dat er van een 'gemiddelde' winter wordt gesproken als die winter 40 tot 100 Hellmannpunten scoort. Volgens die statistiek hebben we deze eeuw nog niet één maal een winter beleefd die kouder was dan 'gemiddeld'.
Gezien de opwarming van het klimaat, is het hoog nodig om die grenzen bij te stellen. Sterker nog: als we alle honderd winters van de 20e eeuw bekijken en stellen dat 40 daarvan 'aan de koude' kant zitten en nog eens 40 'aan de zachte' kant, dan blijven er 20 winters in het midden over, die we dan als 'gemiddeld' kunnen beschouwen. Dat desbetreffende lijstje heb ik hier al eens eerder geplaatst en dan komt het er op neer dat volgens déze statistiek een 'gemiddelde' winter 35 tot 73 Hellmannpunten oplevert en een vorstsom van 169 tot 239.
Maar... alle koude winters uit vooral de eerste 65 jaar van de vorige eeuw, trekken het gemiddelde naar beneden. Ik heb dezelfde berekening uitgevoerd voor de 20 winters die we sinds 2000 hebben gehad. Die cijfers zijn zonder meer ontluisterend voor de winterliefhebber (zie afbeelding). In deze beperkte groep van 20 winters zou een 'gemiddelde' winter 20 tot 34 Hellmannpunten scoren en een vorstsom van 123 tot 160. Een 'strenge' winter zou nog makkelijk passen in de 'gemiddelde' klasse die het KNMI nu nog steeds hanteert!
Uiteraard is dit een (te) kleine groep om statistiek op toe te passen, en een paar flink koude winters kunnen dit 'klassement' nog fors gaan opschudden. Laat dat in januari en februari dan maar gaan gebeuren, of anders gedurende veel van de komende winters in de jaren '20!