Nou, volgens mij is het toch iets anders. De kans op negatieve temperatuur afwijking (dus negatieve afwijking groter dan 1 graad) is maar 0 - 50 %. De kans op temperaturen rond normaal (-1 tot +1 graad afwijking) is tussen 50 en 90% . Je hebt het niet over de kans op kouder weer, maar over de kans van de afwijkingen. Het zegt in principe bar weinig over temperatuur op leefniveau. De grootste kans is dat we temperaturen rond normaal zullen krijgen. Niet zo raar met een ensemble gemiddelde tussen +4 en +12 graden.
De Y-as gaat van 0 tot 100 procent. Dit zijn dus alle 30 leden plus de operationele- en controle-run. Als je kijkt naar de lijn van '25%', dat betekent dat een kwart van de leden onder een bepaalde temperatuurafwijking zit, in dit geval ergens onder de -2 graden t.o.v. normaal ongeveer. Om te bepalen hoe groot de kans is op een bepaalde afwijking moet je kijken naar de lengte van het bepaalde staafje. De kans op een afwijking <-5 graden is bijvoorbeeld 6%, de kans op een afwijking tussen -3 en -5 graden 13% (eigenlijk 19% - 6%). De kans op normale temperaturen (-1 tot +1 graad t.o.v. normaal) is 44%, of eigenlijk 94% - 50%.
Als je het dus zo bekijkt, dan kom je hier op uit:
Ik hoop dat het zo duidelijk is hoe je deze kansstaafjes moet lezen. Ik heb ze voor de consistentie hetzelfde gemaakt als die van het KNMI, zodat als je de ene kan lezen de andere ook geen probleem moet zijn. 